Rusty Apollo, Oh Yeah!
Muziek / Album

Gezamenlijke liefde

recensie: Rusty Apollo – Oh Yeah!
Rusty Apollo, Oh Yeah!

De vuige blues van Rusty Apollo komt je al bij de eerste noten van het album Oh Yeah! tegemoet. Referenties naar Tom Waits en John Spencer schieten direct door het hoofd.

De bandleden Michiel van Leeuwen, Rogier van der Ploeg, Kim Snelten, Onno Verhoeve en Miek Meijer nemen een dijk aan ervaring met zich mee. Ze speelden o.a. in bands als Gruppo Sportivo, Sovie Sex, Raggende Mannen, Drippin’ Honey, Gigantjes en Jack of Hearts. Daarnaast huurden ze producer Mickey Smid, die eerder ook My Baby produceerde, in. De mastering van het album werd door de van Motown bekende Rob Ohlsson gedaan. Kan er dan nog wat mis gaan?

Houden van blues

De muziek van Rusty Apollo komt uit de traditie van de blues. Geen van de gespeelde composities op dit elf nummers tellende album is van recente datum. Alles is geschreven door legendarische grootheden uit de rijke geschiedenis van de blues.

De albumopener is het door Don Nix geschreven ‘I’m Going Down’ en zet direct de toon van het album. Het wordt gezongen door Meijer, die een heerlijk zware stem heeft met ruige randen. Hij speelt daarnaast drums en percussie op het album. We zitten er als luisteraar bij dit eerste nummer direct middenin, om er tot het einde van het album niet meer uit te komen – of je moet gewoonweg niet van blues houden. Wie dat wel doet, zal aan Oh Yeah! veel plezier beleven. De heren kennen hun klassiekers, maar weten het toch tot een Rusty- Apollo-geheel te smeden.

Zangtechnisch worden we vermaakt door drie van de heren, die leadvocalen afwisselend voor hun rekening nemen. Zo horen we Van Leeuw net als Meijer vijfmaal de stembanden inzetten, terwijl slechts één keer Snelten zijn stem laat horen: in ‘Mellow Down Easy’.

Amsteldelta

Het zijn vooral de wat oudere en ruwere bluesmeesters die we hier horen langskomen in een uitstekende, kolkende cocktail. Tijdens ‘Chevrolet’, geschreven door Memphis Minnie en Joe McCoy, kan ik een referentie naar Ian Siegal niet onderdrukken. “En dat is natuurlijk ook nergens voor nodig”, hoor ik de lezer al denken. Siegal hoort zelf niet tot de oude rotten, maar is een prima artiest en performer van nu. Vorig jaar nog verraste hij ons zelfs met twee albums. Ondanks de gedachte aan een hedendaags artiest, missstaat het nummer op geen enkele manier op het album Oh Yeah!.

Het is maar goed dat de vijf muzikanten elkaar in het voorjaar van vorig jaar wisten te vinden, om de klassieke blues in de Amsteldelta te gaan eren en zo het erfgoed van Howlin’ Wolf, Muddy Waters, Taj Mahal en andere blueslegendes levend te houden. Het resultaat ligt nu vast op deze eerste glimmende schijf en laten we hopen dat het geen gelegenheidsplaat blijft!

Reageer op dit artikel

sean taylor the only good addiction is love
Muziek / Album

Een pareltje

recensie: Sean Taylor - The Only Good Addiction Is Love
sean taylor the only good addiction is love

De Engelse singer-songwriter Sean Taylor bewijst met zijn derde album, The Only Good Addiction Is Love, dat hij een blijvertje is. Hij slaat nu tekstueel zijn vleugels uit buiten het eigen nest; wat gebleven is, zijn de rustige, warme, innemende zanglijnen en prachtige melodieën.

Dat je brood verdienen in het huidige economische landschap een flinke dosis doorzettingsvermogen, durf en investering vraagt, bewijst onder meer Sean Taylor met zijn derde album in eigen beheer. Ondanks hemelbestormende kritieken is er nog geen platenmaatschappij die zich aan hem bindt. Toch weten collega’s dat Taylor op de juiste weg zit: zo zullen we hem in ons land later dit jaar aan de zijde van niemand minder dan Eric Bibb treffen.

Over een ander boeg

Taylor wilde het met dit nieuwe album over een andere boeg gooien: meer een wereldse plaat maken dan muziek maken vanuit zijn eigen gevoelens en zijn eigen leven, dus geen navelstaren. De titel van het album is een quote van een voormalig president van Uruguay, die bij zijn aantreden het grootste deel van zijn salaris afstond aan goede doelen en op een boerderij ging wonen in plaats van in het paleis. Het lied ‘Rothko’ is een homage aan de expressionistische schilder Mark Rothko. In het aan de Spaanse dichter opgedragen stuk ‘Lorca’ bewijst Taylor, dat hij meer dan gemiddeld gitaar speelt en ook in een instrumentaal stuk de spanningsboog strak gespannen kan houden.

Lorca is ook de inspiratiebron voor het daarop volgende nummer ‘Tienes Mi Alma En Tus Manos’, dat op zich de titel is van een roman van Don Winslow. ‘Desolation Angels’ is een roman van Jack Kerouac. Schilder Paul Klee inspireerde op zijn beurt met ‘Les Rouges Et Les Noirs’. Het gedicht van W.B. Yeats ‘The White Birds’ is vervolgens de afsluiter van het album.

Niet gekunsteld

Na het lezen van bovenstaande alinea zal de muziekliefhebber ongetwijfeld denken, dat het album enorm gekunsteld over zal komen. Wie de eerste albums van Sean Taylor kent en bang is dat de schoonheid van de muziek wordt aangetast door de keuze van de onderwerpen, kan ik geruststellen: het album is opnieuw een kunststukje, dat door velen gehoord mag worden.

Ik heb eerst onbevangen de muziek een aantal malen tot me laten komen, voordat ik ook maar een letter ben gaan lezen in de papieren, die ik bij het album kreeg. Dat is iets wat ik als muziekliefhebber overigens altijd doe: eerst de oren gebruiken, om vervolgens te gaan kijken naar wat er geschreven staat in de teksten die worden meegeleverd en die in de release-informatie. Ik laat het geluid niet vertroebelen door alle wetenswaardigheden. Die wetenswaardigheden zijn bij The Only Good Addiction is Love leuk en een aanvulling op de beleving van het album, waarvan de muzikale begeleiding van de teksten alleen al meer dan de moeite waard is!

Taylor heeft een zeer rijp en sfeervol album gemaakt, dat met zijn bijzondere manier van zingen een pareltje genoemd mag worden. Het is muziek die smaakt in de vroege ochtend en op een lome middag, maar ook bij een zwoele avond. Dit wordt een plaat voor op de jaarlijstjes, durf ik al wel te voorspellen…

Live in Nederland:

3 oktober, Theaterboerderij Boeket, Nederweert
4 oktober, Ma Kelly’s, Frieschepalen
23 oktober, Lantaarn Venster, Rotterdam
25 oktober, Schouwburg, Cuijk
6 november, W2, Den Bosch

Reageer op dit artikel

doug macleod exactly like this
Muziek / Album

Titel prolongeren

recensie: Doug MacLeod - Exactly Like This
doug macleod exactly like this

Al in het voorjaar verscheen het nieuwste album van Doug MacLeod: Exactly Like This. Nu hij Nederland aandoet voor een aantal concerten, is er alle reden om het album alsnog onder de loep te nemen.

Wie de muziek van MacLeod inmiddels kent – en dat zijn toch heel wat liefhebbers – zal met dit nieuwe album niet teleurgesteld worden. Ook op Exactly Like This weet deze, tot de gevestigde orde behorende, blues/roots-artiest weer met een aantal fijne composities voor het voetlicht te treden.

Prijzen verzamelen

Doug MacLeod mag zich een gelukkig man noemen. In 2014 won hij zowel de prijs voor akoestisch blues-artiest van het jaar, als die voor het akoestisch album van het jaar, voor zijn dat jaar verschenen There’s A Time. Ook het jaar daarvoor viel hij al in de prijzen als mannelijk blues-artiest van het jaar. En dat alles aan de vooravond van zijn dertigjarig jubileum, dat hij volgend jaar tegemoet mag zien. Met inmiddels negentien studioalbums op zijn naam en vele live-werken heeft MacLeod en flinke staat van dienst. Het feit dat hij in de herfst van zijn carrière zulke prestigieuze prijzen in de wacht sleept, bewijst dat zijn niveau en inspiratie nog immer hoog is. Er is nog niets van vermoeidheid of sleet te merken aan het werk van deze Blues-meester. Wie het genoegen heeft gehad hem ook live aan het werk te zien, heeft ervaren dat deze muzikant ook dan weet te excelleren en te boeien. En dat laatste geeft vertrouwen voor de komende concertreeks, waarvoor ik maar één advies kan geven: “Ga!” MacLeod zal je een avond lang prima vermaken en je voeden met een herinnering, die je lang met je zal meedragen.

Jazz en blues

De blues van Doug MacLeod herbergt ook vele jazz-invloeden. Wie luistert naar bijvoorbeeld het afsluitende ‘You Got It Good (and That Ain’t Bad)’ met de swingende pianoklanken en de vegende drums, kan niet anders dan de jazz voelen, die de blues hier ruim omarmt. Maar eigenlijk neemt MacLeod al vanaf het eerste nummer van het album, getiteld ‘Rock It Till The Cows Come Home’, je mee aan de hand van jazz, oude nachtclub- en pianomuziek. Je waant je direct een heel stuk terug in de tijd, als je de ogen sluit bij de opening van het album.

Overigens klinkt het allemaal perfect opgenomen: MacLeod weet hoe hij iets wil laten klinken en heeft dan ook kosten noch moeite gespaard om het vast te leggen op een high definition-cd. Zowel muzikaal als geluidstechnisch is Exactly Like This, net als zijn vorige album There’s A Time, werkelijk een snoepje. Geen wonder dat deze muzikant prijzen in de wacht weet te slepen.

Er is nergens op het album een moment te bekennen waar het even inzakt. Doug MacLeod zou met dit album zijn titel voor beste akoestisch album van het jaar in 2015 best kunnen prolongeren.

Live in Nederland:

24 sep  Terheijden – Witte Kerkje
25 sep  Eeklo (B) – N9
26 sep  Enschede – Nix&MeeR
27 sep  Amen – De Amer
28 sep  Eindhoven – Muziekgebouw, Meneer Frits
30 sep  Geldermalsen – MFC De Pluk
01 okt  Steyl – De Speelplaats @ Jochum Hof
02 okt  Herent (B) – GC de Wildeman
03 okt  Bad Nieuweschans – De Oude Remise
04 okt  Nijmegen – Lux

 

Reageer op dit artikel

TWVRV
Theater / Voorstelling

Theater te water

recensie: Maas - Toen wij van Rotterdam vertrokken
TWVRV

Een toevallige passant – Adidasslippers aan z’n voeten; een stompje sigaret in z’n mondhoek –, waarschijnlijk een paar minuten eerder nog zuchtend (en daarna hoestend) van de bank voor de televisie opgekrabbeld om nog even langs de kade Fikkie de hond uit te laten, ziet opeens traag maar resoluut een boot zijn kant op komen.

Op de boot zit een tribune vol bekoptelefoonde toeschouwers hem aan te staren. Terwijl zijn hond rustig de boom bewatert dartelen er plotseling twee acteurs om hem heen, middenin een dialoog over de Rotterdamse haven, over bootvluchtelingen, over automatisering. Als de boot vol gluurders verder is getrokken ziet hij in de verte hoe de acteurs (het zijn er inmiddels wel zes) een onschuldige man van zijn bankje verdringen.

TWVRV MF©PhileDeprez 1Panorama Maasdag

Het Maastheater heeft er voor gekozen een voorstelling buiten te maken, langs het water, op een podium van misschien wel een paar kilometer lang. Ontspannen zittend op een boot tuft de toeschouwer (of moet ik zeggen, passagier?) voorbij de kade, terwijl de acteurs al hollend doorspelen, de straat oversteken en uit het zicht verdwijnen om even later weer op te duiken voor de volgende scène. Al na een paar meter varen heb je door wat voor gelukkige keuze dat is geweest. Want het decor, iets dat soms zo benauwend en saai kan zijn, is nu de stad zelf: heb je even geen zin om naar de acteurs te kijken, dan bestudeer je gewoon iemands woonkamer, of kijk je naar de wielrenner die voorbij dendert, of mijmer je wat over de vele garages langs het water. Ondertussen, gesteund door soundtrack en techniek, “projecteren” de acteurs het stuk, alsof het een oude rolprent is in plaats van een modern toneelstuk, tot een vloeiend rondje om een Delfshavense kanaalarm.

Een kleine vakantie

Het hangt natuurlijk heel erg van het weer af hoe je een voorstelling die zich in de openlucht afspeelt ervaart. Op de middag waarop deze recensent het zag had het klimaat waarschijnlijk niet beter kunnen zijn: ramen stonden open, gordijnen wapperden in raamkozijnen, wandelaars, fietsers, honden, zelfs ganzen maakten gebruik van de strook langs het water om de laatste warmte van de zomer in door te brengen. Zo een toneelstuk voorbij te zien komen is als een kleine vakantie. Een genot. Vandaar de vier sterren.

Maar

TWVRV MF©PhileDeprez 6 Er is echter ook een (toch redelijk groot) minpunt aan de voorstelling, en dat is – ik kan het niet anders formuleren – het infantiele verhaal. Met infantiel duid ik iets aan dat zich tegenwoordig meer voordoet in het theater. Wil een theaterkliek zichzelf “relevant” maken, “actueel”, “educatief”, wil het, kortom, de politieke tijdsgeest plezieren, dan gaat het op zoek naar lokale verhalen. In het geval van Rotterdam eindig je dan na een middagje brainstormen met twee onderwerpen: de haven, en het bombardement. Vervolgens duik je in de archieven, interview je wat getuigen – en zie, er ontstaat een stuk: Toen wij van Rotterdam vertrokken.

Daar is op zich niks mis mee (behalve dan het platgetrapte thema) als je er vervolgens het prometheïsche trucje mee uithaalt dat de serieuze kunstenaar onderscheidt van de dilettant. Het moet een eigen leven gaan leiden. Bovenop het journalistieke moet iets komen dat duidelijk maakt waarom journalistiek inferieur is aan, in dit geval, theater. En dat gebeurt in deze voorstelling niet. De personages en het verhaal, hoe weelderig de omlijsting ook is, komen de schok van het journalistieke niet meer te boven. De roep om “echtheid” lijkt parallel te lopen met een fictieve uitwerking waarmee zelfs de thrillerschrijver wiens werk in vliegveldkiosken te koop ligt nog niet weg zou komen.

Vervolgens ontstaat een verhaal dat lijkt op de werkelijkheid: het gaat over de dominantie van China, over vluchtelingen die de dupe worden van de economische drijfveren van de rederijen, over automatisering en de onvermijdelijk romantiek van vroegere tijden. We kunnen de juistheid ervan allemaal dagelijks in de krant teruglezen. Maar door de bootvluchteling een doodsbange, zielige goedzak te maken, de visionaire vernieuwer blind (en natuurlijk middenin een ingewikkelde relatie met de erfgename van een familiebedrijf dat samen dat met de restanten van de oude Rotterdamse haven naar de bodem zinkt), door de kapitein die de bootvluchteling oppikt zijn baan te laten verliezen en vervolgens zelfmoord te laten plegen, door hem een relatie te laten hebben met een licht schizofrene politieagente die nog met ‘m blijft ruziën ook al licht hij allang (letterlijk, natuurlijk) op de zeebodem… Goed, we zullen maar zeggen dat de parafernalia van de gebrekkige fantasie de helderheid en spontaniteit niet ten goede zijn gekomen; en in het verhaal komt dan ook nauwelijks een verrassing voor.

Dus uiteindelijk de constatering: de acteurs spelen uitstekend, de regie is luchtig en sterk; het hart van de voorstelling zit op de goede plek – alleen jammer (voor deze particuliere recensent) dat van de hersenen niet hetzelfde gezegd kan worden.

Reageer op dit artikel

Boeken / Fictie

Een individu in het geheel

recensie: Oleg Pavlov - De aardappels en de staat

De aardappels zijn verrot, zoals altijd wanneer de compagnie een nieuwe voorraad ontvangt. De helft van de zakken wordt begraven– om van de stank af te zijn. Welkom op de onherbergzame steppe van Kazachstan. Welkom bij de compagnie van kapitein Chabarov.

Koud tot op het bot, modderige wegen, kranten van een jaar oud, uitzichtloosheid, vechtpartijen en drank. Heel veel drank. De desolate sfeer in de goelag druipt, langzaam als het vertikken van de tijd aldaar, van de pagina’s in Oleg Pavlovs debuutroman De aardappels en de staat. Het boek verscheen in 1994 in Rusland, nu is daar de mooie Nederlandse vertaling van Els de Roon Hertoge en Paul van der Woerd. De schrijver baseerde zijn verhaal op zijn ervaringen als jonge soldaat. Toen hij net als de mannen in zijn vertelling bewaker was van een werkkamp in Kazachstan. Toen hij net als zij rotte aardappels vrat.

Pensioen

Kapitein Chabarov heeft zelf veel weg van een stevige zak aardappels. Een geboren krijgsman, hard wanneer het moet, maar zeer begaan met zijn mannen. Zijn pensioen nadert met rasse schreden. En wat dan? Een huis om naar terug te keren heeft hij niet. Zijn leven heeft hij op deze steppe aangelegd.

De kapitein hield kwartier in het kantoortje, kreeg zijn natje en droogje op de kazerne, at mee uit de grote pot – en hij wist niet beter.

Desondanks kijkt Chabarov uit naar de rust die in het verschiet ligt. Misschien mag hij zijn kantoortje een tijdje aanhouden, wat uitrusten en dan vredig sterven in zijn slaap. Dit nakende afscheid laat hem de vraag stellen: wat heeft mijn leven voor de mensen betekend? En wat kan ik mijn resterende tijd voor hen betekenen?

De staat

Een moestuin op de steppe. Aardappels poten. Deze, uiteindelijk, met de Kazachen ruilen voor vlees. Dat moet Chabarovs nalatenschap worden. Misschien, heel misschien, sturen ze hem dan niet met pensioen en mag hij de huishouding blijven bestieren, ‘als hij zich voor de mensen nuttig wist te maken’. Wat de fabel van Pavlov angstaanjagend duidelijk maakt is hoe alles en iedereen – ieder mens, ieder stukje land, ieder product, ja, iedere aardappel – een radartje in het geheel is. Het geheel als: de staat. Breekt er een radartje, dan is dit niet meer van nut en wordt het vervangen. Het nutteloos geworden object wordt de vergetelheid ingeworpen. Of, in kapitein Chabarovs geval, de steppe opgejaagd.

Een mens

Waar in deze oneindige troosteloosheid het individu ondergeschikt is aan het geheel, weet Pavlov ieder personage een eigen stem te geven. Een mens met een geschiedenis. Iemand met goede en slechte eigenschappen, met angsten en verlangens en zo nu en dan een momentje van geluk. Een persoon als u en ik. De schrijver is hierin op zijn best. Zijn beschrijvingen van het landschap, het kamp, het voedsel, de stank, de kameraadschap onderling.

Het verhaal zelf blijft daar wat bij achter. Zeker in vergelijking met de grote Russische schrijvers wier namen als referentie prijken op de achterflap – Boelgakov, Dostojevski en Gogol. De schrijver komt soms wat gejaagd over, alsof deze in het beperkte aantal bladzijden zoveel mogelijk moet laten gebeuren. Hierdoor is het niet altijd even gemakkelijk te volgen. Toch kan kapitein Chabarov, in een tijd waar Rusland weer volop aanwezig is in de wereldpolitiek een inspiratie zijn voor vele revolutionairen. Een man die ondanks alle tegenwerking staat voor zijn ideaal: een veld vol aardappels en een weldoorvoede compagnie. Van figuren als Chabarov zouden we er meer moeten hebben.

Reageer op dit artikel

36618-op-zoek-naar-oorspronkelijkheid
Boeken / Achtergrond
special: Raymond Carver (vert. Sjaak Commandeur) - Beginners
36618-op-zoek-naar-oorspronkelijkheid

Op zoek naar oorspronkelijkheid

Achter iedere goede auteur schuilt een goede redacteur. Maar wat als er eerder sprake is van herschrijven dan redigeren? Het gebeurde met Raymond Carvers wereldberoemde verhalenbundel Waar we over praten als we over liefde praten.

Carver (1938 – 1988) geldt als een van de grootste Amerikaanse auteurs van de twintigste eeuw. Hij schreef romans en gedichten, maar staat vooral bekend om zijn bijdrage aan de revival van het Amerikaanse korte verhaal in de jaren 80. Een sleutelrol in deze revival vormde de bundel Waar we over praten als we over liefde praten. In zeventien verhalen schetst Carver een onthutsend beeld van de Amerikaanse middenklasse. Plaats delict zijn vaak de buitenwijken, waar zich tragedies tussen man, vrouw, oud en jong afspelen. Thema’s als drankmisbruik, overspel, geweld of een combinatie daarvan komen in elk verhaal terug en laten de lezer met een onthutst gevoel achter.

Gordon Lish

Oorspronkelijk gaf Carver zijn bundel de titel Beginners mee. Het was Gordon Lish, Carvers redacteur en vriend, die het werk uitbracht als What we talk about when we talk about love. Deze naamsverandering is echter nog maar het topje van de ijsberg. Eind jaren ’90 doet auteur D.T. Max in een onthullend artikel in The New York Times verslag uit van zijn onderzoek naar het oorspronkelijke manuscript. Hij ontdekt de vele wijzigingen die Lish doorvoerde. Zo sneed Lish rigoureus in Carvers teksten: Waarover we praten als we over liefde praten is zo’n vijftig procent korter dan Beginners. Sommige passages schrapte hij geheel, wat het plot van een aantal verhalen compleet veranderde.

Daarnaast herformuleerde Lish Carvers woorden. Vergelijk bijvoorbeeld onderstaande passages uit ‘Willen jullie niet dansen?’, een verhaal over een man die op een dag zijn gehele inboedel in zijn voortuin te koop aanbiedt. Het meisje dat met haar vriend een aantal meubels overneemt, denkt in deze passage terug aan de bijzondere avond waarop ze uiteindelijk samen op het bed in de tuin in slaap vielen.

Er was nog iets, dat wist ze, maar ze kreeg het niet onder woorden gebracht. Na verloop van tijd hield ze erover op. (Uit: Beginners)

Er was nog iets mee, iets wat ze zichzelf probeerde te horen zeggen. Na verloop van tijd gaf ze het op. (Uit: Waarover we praten als we over liefde praten)

Onenigheid

Lezers van Carver zijn flink verdeeld over Lish’ bewerkingen. Er valt natuurlijk wat voor te zeggen dat Lish het redigeren te ver heeft doorgevoerd. Immers, het dusdanig bewerken van teksten lijkt meer op co-auteurschap. En toch staat enkel Carvers naam op de kaft. Bovendien lijken sommige aanpassingen onnodig. Bovenstaande fragmenten tonen sterke overeenkomsten in zowel lengte, boodschap en stijl. Het roept de vraag op of het echt nodig was dat Lish deze en vele andere zinnen op dergelijke wijze aanpaste.

Desalniettemin zou het niet juist zijn Lish’s bijdrage compleet te verwerpen. In de vorm van Waar we over praten als we over liefde praten verwierven deze verhalen internationale bekendheid. Bovendien werden de teksten juist geprezen om hun minimale karakter. Hoe Carver zelf in dit dispuut stond is nooit helemaal opgehelderd. Bekend is dat hij sterk aarzelde na het zien van Lish’s aanpassingen. Toch heeft hij het drukken van het boek niet tegengehouden. In latere interviews bedankt hij Lish zelfs en houdt hij hem verantwoordelijk voor de ontwikkeling van zijn stijl.

Twee versies

Er gaat een voortdurende dreiging uit van Carvers teksten. Alledaagse ruimtes worden plots het podium voor een breed scala aan narigheden, variërend van onenigheid over de spelregels in een bingohal tot een berggebied waar een stel meisjes wordt opgejaagd, verkracht en vermoord. Carvers visie op het leven van de middenklasse in de jaren ’60 en ’70 is dus zeker niet rooskleurig. Gelukkig biedt hij zijn personages hier en daar een sprankje hoop, waarmee hij zijn verhalen van een zekere tederheid voorziet.

De door De Bezige Bij in 2010 uitgegeven vertaling door Sjaak Commandeur is getiteld Beginners, maar bevat naast Carvers oorspronkelijke teksten ook de door Lish geredigeerde verhalen. Dit stelt lezers in staat Beginners en Waarover we praten als we over liefde praten naast elkaar te lezen en te vergelijken. Waar Carver de neiging heeft zijn verhalen ‘af’ te maken, geeft Lish de verhalen vaker een open einde. Als lezer maak je zelf uit wat je aanneemt en van wie.

Reageer op dit artikel

Noorderzon 2014 (c) Niels Cornelis Meijer 6
Theater / Reportage
special: Een rondleiding langs het kunstenfestival
Noorderzon 2014 (c) Niels Cornelis Meijer 6

Met de Groningse Noorderzon vertrokken

De liefhebber kan zichzelf er elf dagen lang verliezen in kunst en cultuur – en anders ga je gewoon één dagje. Noorderzon Performing Arts Festival 2015 in Groningen biedt van 20 tot en met 30 augustus een weelde aan artistieke acts, zoals podiumkunsten, muziek, dans, theater, komedie, literatuur en wetenschap. Nieuwsgierig? Je kunt het de komende dagen zelf nog ervaren!

Noorderzon viert dit jaar haar zilveren jubileum. In die vijfentwintig jaar is het uitgegroeid tot een festival van internationaal formaat. Dat is goed te merken: naast Nederlands is de voertaal namelijk Duits, Engels of Spaans. De binnenstad van Groningen is één groot festivalterrein. De kermis op de Grote Markt verbleekt erbij.

De stempel ‘studentenstad’ is Groningen voor eventjes kwijt. In elf dagen tijd komen er namelijk zo’n 135.000 bezoekers langs, zo is de verwachting. Veel voorstellingen zijn gratis bij te wonen, sommigen tegen een kleine vergoeding. Publiek en artiesten van over de hele wereld verzamelen zich op één van de vele locaties, verspreid door de stad, om een optreden mee te maken. 8WEEKLY is er drie dagen bij en verslaat de hoogtepunten.

Abstract theater door kinderen in het Grand Theatre

Het Grand Theatre aan de Grote Markt ging in maart 2015 failliet. In september wordt de boel overgenomen door Poppodium de Oosterpoort en de Stadsschouwburg, maar speciaal voor Noorderzon opent het theater nu alvast haar deuren. Achter die deuren is het Amerikaanse theatergezelschap 600 Highwayman te zien, met hun show Employee of the Year. De arbeidsinspectie is er ook bij op deze avond, omdat vijf meisjes van rond de elf jaar gezamenlijk de hoofdrol spelen. Deze jonge meiden vertellen beurtelings het levensverhaal van het hoofdpersonage Jay. Nadat haar huis is afgebrand, komt ze erachter dat haar moeder niet haar echte moeder is.

Het is knap hoe de jonge meisjes afwisselend dezelfde rol spelen en het verhaal achteloos van elkaar overnemen. Terwijl één iemand vertelt, is de rest onderdeel van het decor. Soms zitten ze, soms rennen ze. De meiden spreken letterlijk uit waar ze zijn en hoe de omgeving er uit ziet, terwijl de rest met hun handen in het luchtledige wijst. Dat maakt het vooral een abstracte show, onze verbeeldingskracht moet hier zelf iets van maken. Voor mij werkt dat erg slecht. Als je geen beelddenker bent, had je net zo goed naar een hoorspel kunnen gaan.

Van de arbeidsinspectie wordt niets meer vernomen. Dat is dus goed verlopen. Zoekend naar een moraal van het verhaal, gaat het om de zoektocht naar je eigen identiteit. Jay zoekt in eerste constant naar haar familie, maar vergeet zichzelf daarbij. Dit blijkt uit de zinsnede die Jay op haar vijfendertigste te horen krijgt: “Don’t spend your whole life chasing your real mother. Live your life!” Op haar tachtigste zal ze zeggen: “There was a lot of blindness in my life”. 

Stand-up radioshow; een ode aan de jazz

Een verdieping hoger verklaart acteur/regisseur Frank Boyd zijn liefde aan de Amerikaanse jazz. Met The Holler Sessions zet hij een ‘stand-up radioshow’ neer, waarbij het decor bestaat uit een kleine, viezige radiostudio. Boyd is de DJ. “Goodmorning, Kansas City! The lines are open, call me now”, spreekt hij in de microfoon. Als het publiek inbelt, ontstaat op die manier een live gesprek. Zodoende schudt hij het publiek af en toe wakker met een kleine prijsvraag.

Boyd vertelt gepassioneerd over Charlie ‘Bird’ Parker. De DJ doet een denkbeeldig interview met Miles Davis, waarbij hij de vragen stelt én de antwoorden geeft. En hij vertelt over de jeugdjaren van Louis Armstrong. Ook krijgen we een lesje ‘jazz-recovery: “The first step to recovery is to admit you have a problem”. We leren steeds meer over legendarische jazzmusici en in de tussentijd bespreekt Boyd de kranten.

Gedurende de show praat Boyd allemaal jazzplaatjes aan elkaar. Zodra de plaat aangaat, gaan de podiumlichten uit, waardoor Boyd een verrassingseffect teweeg kan brengen. Aan het eind van de show staat er opeens een lokale jazzband op het podium, voorzien van twee saxofoons, een contrabas en drums. Door zijn spottende, ironische en spitsvondige grappen blijft de show constant onderhoudend, voor zowel muziekliefhebber als grappenmakers. Een vermakelijke show, één van de absolute hoogtepunten voor de muziekliefhebber, met sterk en humorvol spel van Boyd.

Harde monoloog in de Noorderkerk

Even ten noorden van de Grote Markt bevindt zich de Noorderkerk. Eigenlijk zou Joris Luyendijk daar een lezing geven, maar dat werd afgelast. Privéomstandigheden. Jammer. Gelukkig is Robert Fariás er nog, in de voorstelling Acceso van Pablo Larraín. Eerder dit jaar won de internationaal bekende filmregisseur een Zilveren Beer in Berlijn, nu staat hij met deze theatermonoloog voor een zwart doek te schreeuwen.

Fariás speelt een jongen die spulletjes verkoopt in de bus. Daarin vertelt of schreeuwt hij over zijn lastige jeugd in Chili. Hij vermoordt de vader van zijn vriendinnetje en komt in een tehuis terecht. Daar wordt hij verkracht door de priesters. Ondanks dat hij erg boos is, blijft hij de priesters verdedigen. Zelfs voor de rechter. De priesters hadden hem namelijk wel lief!

De voorstelling is erg persoonlijk, barstend van de symboliek. Te beginnen met de locatie, ironisch genoeg een kerk. Het decor is erg sober: een zwart doek waar Fariás meerdere malen ferme klodders op spuugt. Fariás zelf marcheert, voorzien van zijn fles wijn, gedurende de gehele show door het publiek. Soms stopt hij ineens, blijft op enkele centimeters stilstaan en kijkt men recht in de ogen aan.

De gedetailleerde beschrijvingen van seksuele handelingen en de verwensingen aan het adres van de priesters gaan ver. Helaas loopt de Nederlandse‘boventiteling’ telkens enkele zinnen achter op de Spaanstalige Fariás. Daardoor is niet direct te begrijpen wat de hoofdpersoon zegt. Het publiek weet niet waar te kijken.

Dat de impact groot is, blijkt als na afloop van de show een enkeling letterlijk de zaal uit rent, applaudisserend en al. Dit rauwe verhaal, gecombineerd met het intieme contact tussen speler en publiek, creëert een ongemakkelijke sfeer. Het is knap theaterwerk. De show lijkt ook weerslag op Fariás zelf te hebben, als hij op de afterparty dansjes in zijn eentje doet en flink aan het bier slaat.

Ethische dilemma’s in de Stadsschouwburg

Vanaf de Noorderkerk gaan we ‘down’, net buiten de stadsgrachten ligt de Stadsschouwburg. Van buiten wordt die volledig gerenoveerd, maar van binnen is het nog volop in bedrijf. Hier speelt De Utvalgte, een Noors theatergezelschap bestaande uit spelers met het syndroom van Down.

De voorstelling maakt veel gebruik van 3D-beelden die op een projectiescherm worden afgebeeld. Met de 3D-bril kunnen we dit bekijken. Een verhaallijn is moeilijk te ontdekken, maar er worden tal van dilemma’s voorgelegd. Het gaat om de vraag of we perfectie moeten nastreven en of je moet beoordelen op het uiterlijk.

De show begint met twee wetenschappers die het universum onderzoeken, het eindigt met de ontdekking “dat het lichaam het universum is. Er is een begin en een einde.” In de tussentijd krijgen de acteurs nog seksuele voorlichting: mogen zij zich wel voortplanten? In een andere scène spelen ze de Ark van Noach na. Daar moeten keuzes worden gemaakt: wie mag er wel mee, en wie niet?

“In onze wereld moet alles perfect zijn, is geen ruimte om fouten te maken”, vertrouwt een theatermaker in het publiek me toe. Bij De Utvalgte wel. Één van de hoofdrolspelers moet constant zuchten. Tijdens een scène vraagt ‘ie ineens aan een medespeler wat hij moet doen. Geen enkel probleem, hier. Gewoon doorgaan. Een kalig meisje komt ineens op het projectiescherm, met een relativerend verhaal over wat er allemaal bestaat. ‘Downers’ bestaan ook! En daar is helemaal niets mis mee.

Noorderzon 2014 (c) Niels Cornelis Meijer 3Altijd wat te doen in het Noorderplantsoen

Tenslotte gaan we naar hét epicentrum van Noorderzon: het Noorderplantsoen. In dit stadspark is het grootste deel van de voorstellingen en concerten bij te wonen, met elke dag een gratis concert op ’t Dok. De hype van duurzaam en biologisch eten en drinken is in het plantsoen ook aangeslagen, getuige de enorme hoeveelheid eet- en drinkstandjes.

In de Ophelia Tent staat Daniel Koren, de Israëlische muzikant en comedian met zijn absurdistische humor. The Most Important Thing is een ont-zet-tend strakke show, waarin hij de kijker steeds weet te verrassen. Hij heeft zichzelf met audio en video opgenomen. Vaak speelt Koren de bandrecorder af en speelt hij een rol in de video op het projectiescherm. Op het podium is hij vooral non-verbaal aanwezig. Hij speelt piano en gitaar. Zijn bewegingen en gelaatsuitdrukkingen zijn ontwapenend. Het is daarin geweldig hoe hij met zichzelf samenspeelt, Koren reageert op zijn virtuele evenknie en vice versa.

Daaruit blijkt ook hoezeer alles is vastgelegd. Wanneer het publiek het idee krijgt dat de denderende trein even in snelheid lijkt te minder, blijkt dat al snel geenszins het geval. Voor improvisatie is hier nul ruimte.

De sketches volgen elkaar zo snel op, dat sommigen het nauwelijks kunnen bijbenen. “Ik ben klassieke shows gewend: dat er een verhaal wordt verteld met een moraal”, aldus een aanwezige. ”Die moraal ontbreekt hier, elke scene staat op zichzelf.” Zo wordt het ‘tomatenlied’ gevolgd door een ode aan Nalaa van The Lion King, gevolgd door een ebola-grap, een lofzang op borsten en een mash-up aan pianoliederen.

Drie dagen Noorderzon is ontzettend vermoeiend. Het is onmogelijk om alles te beschrijven. Je moet het echt zelf meemaken.

Reageer op dit artikel

36598 de kerk is deel geworden van de kunst
Kunst / Kunstboek

‘De kerk is deel geworden van de kunst’

recensie: Joost de Wal (red.) - Hedendaagse kunst in Nederlandse kerken 1990-2015. Van Jan Dibbets tot Tinkebel.
36598 de kerk is deel geworden van de kunst

Het fraai uitgegeven en rijk geïllustreerde boek Hedendaagse kunst in Nederlandse kerken 1990-2015 biedt méér dan het belooft. Verwarrend of verrijkend?

In de inleiding wordt de focus van de (beeld)essays omschreven als een ‘blik vanuit de kunst op de kerk.’ Of, wat uitvoeriger: ‘het registreren van de geloofsbeleving van de mens achter de brede instituties van de kerken in Nederland door middel van beeldende kunst’ in de afgelopen vijfentwintig jaar. En waarmee opent het boek? Met een situatieschets door cultuurtheoloog Frank Bosman over – zoals de ondertitel luidt – ’kerk, cultuur en geloven in Nederland aan het begin van de eenentwintigste eeuw.’ En wat vormt het eind? Een beeldessay over kunst in buitenlandse kerken, met onder meer een installatie die in de slipstream van de Documenta 2012 in Kassel te zien was in de Sankt Elisabeth Kirche.

Maar wat tussen deze, zullen we maar zeggen extra’s in zit, valt niet te versmaden en biedt een blik op een thematiek waar inmiddels zo’n zeshonderd kerken binnen de Protestantse Kerk Nederland en vierhonderd rooms-katholieke kerken zich mee bezighouden: hedendaagse kunst in de kerk. Dieper op de inhoud van het onderwerp ingaand dan het Handboek voor kunst en kerk dat dit voorjaar verscheen en dat meer een praktisch handboek wilde zijn. En daarom ook voor een breder publiek toegankelijk.

Hedendaagse kunst in Nederlandse kerken 1990-2015

Videowerk van Eamonn Harnett (1989) in de Thomaskerk te Amsterdam (2014-2015).

Inhoud

Aan het begin zit een, gezien het uitgangspunt van het boek, ter zake doende inleiding van redacteur Joost de Wal zelf. Hij bespreekt onder meer de secularisatie, één van de redenen waarom kerk en kunst vaker toenadering tot elkaar zoeken en een gedeelde aandacht voor existentiële zaken die mensen binnen en buiten de kerk bezighoudt.

Hedendaagse kunst in de kerk ontmoet echter ook tegenwerking. Deze komt voornamelijk uit meer behoudende kringen. De een paar jaar geleden overleden voorman van kunst in de kerk, Regnerus Steensma, stelde dat men nog te vaak voorzichtig een thema tot uitgangspunt neemt voor kunst binnen een liturgische zetting en een kunstwerk niet voor zichzelf laat spreken, als een beeld naast het woord. Uiteindelijk verlegde hij zijn aandacht naar oude kerken. Henk Abma, oud-predikant van het Oude Kerkje in Kortenhoef, die thematisch werkte, heeft het wat hemzelf betreft zelfs over ‘wegpesten.’ Met één pennenstreek haalt hij gedesillusioneerd wat hij ‘af en toe nog aan kunst in kerken’ tegenkomt neer als zijnde ‘brave illustraties.’

Voorbeelden

Ten onrechte, blijkt uit het vervolg van het boek. Dat blijkt uit tijdelijke tentoonstellingen die worden genoemd, met onder meer werk van Joseph Semah in de Utrechtse Domkerk in 2011, of uit permanente kunst in de vorm van bijvoorbeeld glas-in-loodramen van Jan Dibbets in Wijlre, Ransdaal en Amsterdam, en van Marc Mulders in onder andere Rhoon. En als er dan nog een ‘uitstapje’ wordt gemaakt, dan is dat om bijvoorbeeld uit te leggen hoe de regelgeving met betrekking tot liturgische kunst in rooms-katholieke kerken in elkaar zit. Liturgische kunst – nog een extra ingang die buiten de oorspronkelijke doelstelling valt: het beschrijven van de relatie tussen hedendaagse kunst en kerk in Nederland gedurende de periode 1990-2015.

Aan de ene kant is het jammer dat het boek daardoor wat aan strakheid mist. Aan de andere kant blijkt er wél uit, dat er in de kerk niet (meer) benauwd wordt gedacht; ‘de kerk is deel geworden van de kunst’, schrijft De Wal. En dat lijkt zowel de kunst als de kerk alleen maar ten goede te kunnen komen. Al zijn er ook angstige geluiden te lezen wat de toekomst betreft: ‘Het zal moeten blijken of de landelijke hausse aan recente ontwerpen een laatste poging is geweest om de kerk te revitaliseren, of het begin van een nieuwe ontwikkeling’, aldus kunsthistoricus Evelyne Verheggen. Het laatste valt te hopen. Dat dit boek daar qua ideevorming en achtergrondinformatie een bijdrage aan mag leveren.

Uitgever: Lecturis
Prijs: € 29.50
Bladzijden: 208
Illustraties: 150
ISBN: 978-94-6226-112-9

Reageer op dit artikel

Flyland 2 - David Middendorp - Another Kind of Blue -® Marjolijn van Dijk-4
Theater / Reportage
special: Dans en theater op Lowlands 2015
Flyland 2 - David Middendorp - Another Kind of Blue -® Marjolijn van Dijk-4

Buiten de bands om

Meer dan andere grote popfestivals in Nederland profileert Lowlands zichzelf als multidisciplinair. Toch blijft de niet-muzikale programmering in de pers wat uit het zicht. Dansfotografe Marjolijn vond dat hier verandering in moest komen en toog met theaterredacteur Daniël naar Biddinghuizen voor een dag festivaltheater.

Het Lowlandsterrein heeft meerdere plekken waar de theaterliefhebber zijn toevlucht kan zoeken. In eerste instantie is er de Juliet, de grote theatertent richting de Alpha, maar in de Romeo staat naast het literair aanbod ook jong cabarettalent geprogrammeerd. Daarnaast is er tot diep in de nacht straattheater op het Theaterplein, waar naast fysiek theater bijvoorbeeld ook bokswedstrijden te bewonderen zijn. Het animo verschilt enorm: voor sommige dansvoorstellingen moet actief voor aanvang publiek geworven worden, maar bij grote cabaretnamen als Pieter Derks heb je geluk als je na een lange tijd in de rij een plekje kunt bemachtigen.

Korte explosies en dito verhalen

Voor de eerste voorstelling waagde 8WEEKLY-delegatie zich aan een optreden van Juan Manuel Fernández Montoya, beter bekend onder de artiestennaam Farruquito. De Andalusiër met de imposante zigeunermanen stamt uit een beroemde flamencofamilie en op vijfjarige leeftijd stond hij al op Broadway. Onder begeleiding van een gitarist, een percussionist, twee zangers en een zangeres danst Farruquito in hoofdzaak alleen, al betrekt hij de vocalisten ook bij zijn grotendeels geïmproviseerde passen. De flamenco van Farruquito is een merkwaardige dans, waar lange voorbereidingen worden opgevolgd door korte, explosieve exposés van virtuoos voetenwerk, doorgaans gevolgd door luid applaus, waarna de volgende (spannings-)opbouw wordt ingezet. Tussen twee dansen door brengt de zangeres Mari Vizarraga, die in eerste instantie vrij timide haar stoel verlaat, vol statuur en expressie een lied ten gehore. De schrijver van dit stuk is nu vastbesloten zijn kennis van de Spaanse taal op te halen: de emotionele zang maakt benieuwd naar de betekenis van de tekst.
Van een geheel andere orde is Uitgelezen Verhalen in de Romeo. In het initiatief, geïnspireerd door het New Yorkse Selected Shorts, dragen acteurs korte verhalen uit van auteurs; de schrijver van een tekst is immers niet altijd de beste voordrachtskunstenaar. Op het programma stonden de korte verhalen ‘Sredni Vashtar’ van de Britse schrijver Saki, vertolkt door Marcel Faber, ‘Op Kamers’ van de Russische meester Anton Tsjechov, voorgedragen door Joske Koning, en van eigen bodem ‘De Jongen met het Mes’ van Remco Campert, tot leven gebracht door Sadettin Kırmızıyüz. De drie totaal verschillende verhalen werden afgewisseld met korte optredens van Konings band The Selfkickers. De muziek van het trio staat volledig in het teken van Johnny van Doorn, de dichter die als Johnny the Selfkicker vanaf de jaren zestig furore maakte met hoog-expressieve gedichten als ‘Een magistrale stralende zon ‘ en ‘Kom toch eens klaar klootzak’. Er is geen groter verschil in gestalte denkbaar tussen de frêle Koning en de woeste reus Van Doorn die zichzelf tijdens zijn voordrachten in extase schreeuwde. Toch weten The Selfkickers met geïmproviseerde muziek als begeleiding van de gedichten een eerbetoon aan Van Doorn te brengen dat zowel recht doet aan zijn werk als blijk geeft van oorspronkelijkheid.

Van duisternis naar een helder blauwe lucht

De choreografie The Black Piece van Ann van den Broek en Ward/waRD opent begin oktober, samen met INSIDE OUT van Conny Jansen Danst, de Nederlandse Dansdagen. De voor Lowlands ietwat aangepaste voorstelling begint in het aardedonker, waarna een cameraman vervolgens het podium aftast en zijn vondsten in stijlvol zwart-wit op het achterdoek verschijnen. De dansers verkennen de verschillende dimensies van duisternis, als het terrein van mysterie en onwennigheid, maar ook als een plaats voor geborgenheid en intimiteit. Ook de repetitieve soundtrack van Arne van Dongen is enerzijds onwennig, maar creëert tegelijkertijd een roes van vertrouwen. Het lustig dansen naar de camera resulteert in een soort videoclip-esthetiek, ongemakkelijk en uitdagend. In het slotdeel wordt een spel gespeeld tussen de veronderstelde gelijktijdigheid van het camerawerk en de dans, wat een droomachtig effect geeft. The Black Piece geeft het donker een eigen gezicht, maar het is een Janusgezicht: teder, maar ook bedrieglijk. Om geheel pretentieloos Nietzsche te parafraseren: als je lang genoeg in de duisternis kijkt, kijkt de duisternis ook in jou.
Over anderhalve maand wordt tijdens de Nederlandse Dansdagen duidelijk of het duister verguld wordt: The Black Piece is naast Inside Out en Thin Skin van het Nederlands Dans Theater door de Vereniging voor Schouwburg- en Concertgebouwdirecties genomineerd voor de Zwaan voor meest indrukwekkende dansproductie en Andreas Kuck van WArd/waRD maakt kans op de Zwaan voor meest indrukwekkende dansprestatie.

Deze duisternis wordt doorbroken in David Middendorps choreografie Flyland 2, uitgevoerd door een danser en danseres van Another Kind of Blue. Middendorps kenmerkende multimediale stijl was al onder andere te zien in de Paradevoorstelling Newton’s Duet, met danser en drone, en tijdens zijn voorstelling op Oerol in 2014. Internationale faam verkreeg Middendorp echter door America’s Got Talent, waar hij en Another Kind of Blue als tiende eindigden; het resulteerde er zelfs in dat de voorstelling dit najaar in slechts vierenveertig dagen veertig keer wordt opgevoerd in de Verenigde Staten. Middendorp verkent technologie in zijn choreografieën als een extensie van het lichaam, waarbij de onmogelijkheden van het menselijk lichaam worden opgeheven en nieuwe perspectieven zich voordoen. In Flyland 2 is de mogelijkheid om te vliegen een helder thema. Het koppel wordt vluchtig als gas, vliegt mee op de vleugels van een vogel, valt en verdwijnt tussen de wolken. Door grondopnames op het achterdoek te projecteren wordt een opmerkelijk spel gespeeld met de ruimte; juist doordat de dansers plat over de grond te kronkelen wordt een illusie van zweven gecreëerd. Animaties van de lucht en helikopteropnames van Flevoland geven een hommage aan het Hollandse polderlandschap. De voorstelling is misschien wel de letterlijkste interpretatie van A Campingflight to Lowlands Paradise.

Foto’s en tekst mogen niet gebruikt worden zonder schriftelijke toestemming van de redacteur en fotograaf. Photos and text may not be used without written permission by the writer and photographer. 

Reageer op dit artikel

En de akker is de wereld
Boeken / Fictie

Vluchtelingen toen in bijzondere roman

recensie: Dola de Jong - En de akker is de wereld
En de akker is de wereld

Ook al klinkt En de akker is de wereld als titel niet echt wervend en stamt deze roman van Dola de Jong uit 1945, toch is de heruitgave in zekere zin een unicum.

Om te beginnen is het voor die tijd al aardig gedurfd dat duidelijkheid over personages en situatie pas naderhand wordt gegeven. De handeling begint pardoes op een nog vage plek in een nader te bepalen tijd. De voorgeschiedenis blijkt te zijn dat net voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog Aart en Lies in een opgekrikte woonwagen de wijk naar het zuiden nemen. Her en der pikken ze wat kinderen op die overal vandaan op de vlucht zijn geslagen. Terwijl in Europa de oorlog in volle gang is, raken ze verzeild in Tanger. De Spanjaarden spelen in afwachting van de Duitsers de baas in de melting pot van Arabieren, vluchtelingen, avonturiers en spionnen. De refugiés stellen alle hoop op een dure plek op een overvolle boot naar Lissabon. De link met de actualiteit is snel gelegd.

Voorlopig probeert Aart op een gehuurd akkertje te verbouwen wat Lies op de markt te gelde kan maken, maar ‘de grond nam en gaf niets’. Hoe de kinderen ook de godganse dag emmers water uit een verderop gelegen put aanslepen, wat de Arabieren lukt, mislukt Aart, die nu eenmaal ‘het blijmoedige geduld miste, de fatalistische levenshouding’. Hans, de oudste van de kinderen, neemt het gezag over als Aart, onnodig en niet voor het eerst, in de gevangenis is beland.

Prettige vaart

Opmerkelijk is dat de roman nergens gedateerd aandoet, vooral door De Jongs stijl van schrijven. Heel af en toe passeert een woord of zinsnede die anno nu niet meer zo in zwang is. Ouderwets lange zinnen schrijft ze niet, wat aansluit bij het perspectief van de kinderen die de ziel van het verhaal vormen. Zij zijn op hun manier kort en kernachtig van stof, wat door De Jong sterk wordt getroffen. Bovendien laat ze zinsdelen weg die uit de hoofdzinnen al blijken, wat een prettige vaart oplevert. Vaart is ook te danken aan het perspectief dat dan weer bij de een, dan weer bij de ander ligt. Daardoor is er niet echt een hoofdpersoon aan te wijzen, hoewel Hans er gaandeweg het meest voor in aanmerking komt.

Met betrekking tot Hans tekent zich door het verhaal heen een dunne plot af, die zich op het eind ontknoopt. Het merendeel van de roman is in zekere zin een coming of age van de kinderen. Deze bestrijkt weliswaar een paar jaar, maar die tijd wordt dan ook wel doorgebracht in uitzonderlijke omstandigheden: een vreemde stad in chaos, een wereldoorlog die aan de horizon te horen is en jonge lotgenoten die door louter toeval een min of meer samenhangende groep vormen.

Van nabij meegemaakt

Deze complexe situatie wordt door de schrijfster dicht op de huid geobserveerd en beschreven. Zo draagt haar verhaal in zijn couleur locale van onversneden werkelijkheid een subtiel documentair karakter. De Jong heeft er dan ook duidelijk deel van uitgemaakt. Bovendien leeft zij zich zo sterk en soepel in de kinderen in, dat zij die stuk voor stuk van nabij meegemaakt lijkt te hebben. Het nawoord van uitgever Eva Cossée vertelt dat De Jong, Joodse van origine, in 1940 net voor de inval van de Duitsers ijlings het land verliet en via Frankrijk in Tanger verzeild raakte. Daar leerde ze een kreupel kind weer goed lopen, wat herinnert aan Pierre, een van de romankinderen. We nemen van haar aan dat de ellende voor de vluchtelingen heel wat erger was dan de roman beschrijft. ‘De armen stierven als ratten in de straten.’

Naar maatstaven van vandaag zou de roman iets bondiger uitgepakt mogen hebben, hoewel het weldadig is hoe de schrijfster tijd en ruimte neemt voor het neerzetten van de veelal levendige scènes en de verbanden daartussen. De roman boekte veel succes in Amerika, haar land van aankomst, en gaat daar nog steeds over de toonbank. Bij ons verscheen En de akker is de wereld in 1947, won een literaire prijs en werd zo goed als vergeten. Het is niet meer dan een daad van rechtvaardigheid de roman een herkansing te geven.

Reageer op dit artikel