Fabre-hr
Kunst / Expo binnenland

Een speurtocht in het Van Gogh Museum

recensie: Tentoonstelling 'When I Give, I Give Myself'
Fabre-hr

Vincent van Gogh schreef in zijn leven vele brieven, waarin hij zijn inspiratie, ambitie, maar ook zijn twijfels beschreef. Drieëntwintig kunstenaars kregen elk één van de ruim 800 brieven die Van Gogh geschreven heeft en gebruikten deze als uitgangspunt voor hun werk.

De reacties op de brieven in vorm van kunstwerken zijn verspreid over het gehele Van Gogh Museum. De bezoeker krijgt zo de kans om ook aandacht te besteden aan de werken van Van Gogh en om, eventueel, verbanden te kunnen leggen met de werken van de eigentijdse kunstenaars. In de praktijk werkt het echter anders. Wanneer men als bezoeker komt voor de tentoonstelling When I Give, I Give Myself dan gaat daar de aandacht logischerwijs het meest naar uit. Doordat alle werken van de tentoonstelling verspreid zijn over het hele museum, is het meer een soort van speurtocht naar de bijbehorende kunstwerken. Het is daarom ook raadzaam om de brochure met daarin alle kunstwerken te gebruiken, aangezien die als handvat gebruikt kan worden om op te zoeken welke werken zich op welke etage bevinden. De brochure toont echter niet de exacte vindplaatsen van de kunstwerken, maar zo weet de bezoeker in ieder geval waar naar uit gekeken moet worden.

In relatie tot Van Gogh

Maria Barnas: Maria Barnas, A Brief History of Fame, 2015, sportprijzen, polyurethaan lak en epoxy hars, Courtesy Annet Gelink Gallery, Amsterdam.

Maria Barnas: Maria Barnas, A Brief History of Fame, 2015, sportprijzen, polyurethaan lak en epoxy hars, Courtesy Annet Gelink Gallery, Amsterdam.

Wanneer er echter weer een kunstwerk tevoorschijn komt, is dat in veel gevallen de moeite van het zoeken waard. De brief waarop de kunstenaar een reactie heeft gegeven wordt bij ieder werk gegeven, zodat de bezoeker de verbanden kan leggen. In het geval van Maria Barnas is dat verband duidelijk zichtbaar. Zij reageerde op een brief waarin Van Gogh schreef over zijn succes, waarvan hij soms ook somber werd. Haar werk ‘A brief history of fame’ bestaat uit sportprijzen. Normaal gesproken glimmen deze prijzen in het zilver of goud, maar in haar kunstwerk zijn de prijzen van volledig zwart materiaal gemaakt. Een ander werk, van Jan Fabre, toont op het eerste gezicht al een referentie naar ‘Head of a Skeleton with a Burning Cigarette’ van Van Gogh. Het werk bestaat namelijk uit drie sculpturale doodshoofden. En waar Van Gogh kleine verftoetsen naast elkaar plaatste, doet Fabre dat met het aan elkaar zetten van verschillende materialen, waardoor eenzelfde soort stijl ontstaat.

Reactie?

Michaël Borremans: Michaël Borremans, The Invader, 2010, olieverf op doek, Courtesy Zeno X Gallery, Antwerpen.

Michaël Borremans: Michaël Borremans, The Invader, 2010, olieverf op doek, Courtesy Zeno X Gallery, Antwerpen.

Er is echter één werk waar het verband met de bijbehorende brief niet gelijk duidelijk wordt. Dat is ‘The Invader’ van Michaël Borremans. De brief gaat als volgt: ‘… dus is langzaam en lang werken de enige weg en elk streven om het per se goed te willen doen, verkeerd. Want als je elke morgen weer op de bres staat, moeten er evengoed doeken mislukken als slagen’, (brief 823, 26 november, 1889). Het werk is een doek van twee voeten die gehuld zijn in schoenen, staand op een vloer. Niets duidt direct op een verwijzing naar de brief. Het werk is in 2010 gemaakt, maar wordt tijdens de tentoonstelling voor het eerst getoond. In de brochure staat dat het werk wellicht een reactie is op de brief, maar of dit ook daadwerkelijk zo is…

Voor een bezoek aan de tentoonstelling moet de tijd worden genomen. In de zoektocht naar de kunstwerken die bij de tentoonstelling horen, komt de bezoeker namelijk de prachtige werken van Van Gogh tegen, die je niet onopgemerkt aan je voorbij kunt laten gaan. Door deze integratie in de vaste collectie valt de tentoonstelling zelf echter een beetje in het niet, omdat de moeite moet worden genomen om alle werken te kunnen ‘vinden’. Toch blijft het interessant om te zien wat voor invloed Van Gogh in deze tijd nog heeft en hoe daar op verschillende en op de meest uiteenlopende manieren mee wordt omgegaan.

Reageer op dit artikel

Boeken / Non-fictie

Schijn-heilig

recensie: Door het vuur voor de armen – Hans van Reisen (redactie)

De opzet van Door het vuur voor de armen is boeiend: een biografie schrijven van een martelaar uit de 3e eeuw, aan de hand van de oudste getuigenissen die over hem bestaan. Helaas is de resultaat heel wat minder boeiend, omdat je gewoon telkens hetzelfde relaas hoort.

Over de heilige Laurentius is weinig meer bekend dan dat hij uit Noord-Spanje afkomstig was en dat hij in 258 door keizer Valerius werd opgepakt en enkele dagen later een gruwelijke marteldood stierf op een gloeiend heet rooster. Dat feit heeft er voor gezorgd dat hij bekendstaat als de patroonheilige van zowat alle beroepen die met vuur te maken hebben. We vragen ons af of hij het als een eretitel zou beschouwd hebben.

Herhaling

Omdat er zo weinig over hem bekend is maar er niettemin overal in Vlaanderen en Nederland kerken en kapellen aan Laurentius zijn gewijd, werd besloten tot deze alternatieve en hoogst eigentijdse hagiografie: aan de hand van de schaarse vermeldingen – vooral in preken uit de vroege Middeleeuwen – heeft een groepje academici geprobeerd een beeld van de man te vormen. Intrigerend uitgangspunt, dat zeker, maar helaas is het resultaat niet bijster interessant. Het zijn namelijk steeds dezelfde ‘feiten’ die worden opgerakeld: zijn botsing met de keizer en zijn daaropvolgende marteldood. That’s it. En die zijn de eerste keer misschien ‘leuk’ om lezen, maar bij de tigste keer heb je het echt wel gehad.

Heel concreet komt het er op neer dat de keizer verlekkerd was op de rijkdommen van de Kerk en van diaken Laurentius eiste die tot bij hem te brengen. Laurentius gehoorzaamt, op voorwaarde dat hij drie dagen tijd krijgt. In die periode verzamelt hij alle zieken en kreupelen uit zijn parochie en brengt hen voor de keizer met de woorden: “Ziehier de schatten van de Kerk”. Waarop de keizer besluit om hem op de meest hondbrutale manier te martelen. Daarin is zelfs plaats voor humor: wanneer Laurentius helemaal verbrand is aan één kant, merkt hij: “Ik ben gaar hier. Draai mij om jongens, en daarna: smullen maar!” Amusant, maar wederom: na zes keer is de lol er wel van af. Bijkomend minpunt van het boek is dat er heelder preken in worden afgedrukt waar misschien één of twee keer melding wordt gemaakt van Laurentius, zodat je voor de rest een hoop weinigzeggend gezwam over de goddelijke liefde en zondebesef voor de kiezen krijgt.

Nee, Door het vuur voor de armen is eerder een schijn-heilige vertoning. Ondanks de ongetwijfeld beste bedoelingen van de redacteurs.

Reageer op dit artikel

the_heavy_water_war
Film / Serie

Voordat de bom valt

recensie: The Heavy Water War (serie)
the_heavy_water_war

Dat de Tweede Wereldoorlog dit jaar zeventig jaar geleden is geëindigd, zullen we weten. Ook de Noren draaien volop mee in de herinneringsindustrie. In de tv-serie The Heavy Water War wordt een vergeten episode opgediept.

Het aardige van vergeten episodes is dat ze in ieder geval leerzaam zijn. Ooit geweten dat het weinig had gescheeld of de Duitsers hadden ook een atoombom gehad? In The Heavy Water War wordt het keurig uit de doeken gedaan. De naam Werner Heisenberg doet misschien al enige bellen rinkelen. Niet alleen is het een alias van Walter White in Breaking Bad, de Duitse natuurkundige won in 1932 de Nobelprijs en geldt als de grondlegger van de kwantummechanica.

Eind jaren dertig wordt hij opgepakt door de nazi’s die hem beschuldigen van homoseksualiteit. Hij kan zijn straf ontlopen door mee te werken aan een militair onderzoek naar het opwekken van kernenergie. Wanneer uit die experimenten ook een atoombom valt te knutselen waarmee Londen van de kaart kan worden geveegd zou dat heel fijn zijn.

Zwaar water

Voor het onderzoek is zwaar water, dat een veel hoger kookpunt heeft, nodig. Over naar Noorwegen. Daar staat in het stadje Rjukan de enige fabriek in Europa die zwaar water produceert. De Duitsers kapen de hele voorraad en wanneer zij Noorwegen hebben bezet, drijven ze de productie op. De geallieerden krijgen lucht van de Duitse atoombomplannen. Koste wat het kost willen zij de Noorse fabriek uitschakelen, zodat ze zelf als eerste De Bom hebben.

Over naar Schotland. Daar trainen Noorse eenheden onder leiding van een Noorse geleerde en een vrouwelijke Britse officier voor een sabotageactie. De teams zullen worden gedropt op een besneeuwde hoogvlakte. En zullen vanaf daar, via een ravijn, bij de slechts via een brug bereikbare streng bewaakte fabriek moeten komen.

Dilemma’s

Zo schakelt de The Heavy Water War heen en weer tussen personages en locaties, waarbij de morele dilemma’s van de hoofdpersonen centraal staan. De directeur van de Noorse fabriek staat voor de vraag in hoeverre hij meewerkt met de Duitsers en hoe hij zijn personeel beschermt. Heisenberg laveert tussen onwetendheid en schuldgevoel. Hij benadrukt steeds slechts een wetenschapper te zijn die een krachtige energiebron helpt ontwikkelen. Dat je met diezelfde energie ook een massavernietigingswapen kunt maken, daar heeft hij meer moeite mee. In Schotland worstelt de met de vraag hoeveel mensenlevens de sabotage van de fabriek waard is.

Tegelijkertijd wil de serie ook nog een portie romantiek en wat gezinsdrama bieden. In Schotland vallen de Noorse geleerde en de vrouwelijke militair voor elkaar. Heisenberg vindt het maar moeilijk kiezen tussen veiligheid voor zijn gezin of een carrière in de wetenschap. De vrouw van de Noorse fabrieksdirecteur stelt keer op keer zijn collaboratie ter discussie.

The heavy water war wil zo van alles veel zijn, maar schiet op alle fronten net te kort. Door de vele verhaallijnen komen de karakters te weinig uit de verf. Ook de morele dilemma’s zijn wat dik in de verf gezet. Nooit voelen we de echte kwelling van de belangrijke keuzes die er moeten worden gemaakt.

Nationalistisch sausje

Visueel is de serie een plaatje. Vooral de besneeuwde Noorse locaties ogen erg fraai. Ook is het een verademing dat iedereen nu eens zijn eigen taal spreekt. Het ‘Allo ‘allo-effect is hier gelukkig afwezig. Het sterkste onderdeel van The Heavy Water war zijn nog de actiescènes. Daar hadden er wel veel meer van in mogen zitten. De pogingen van de Noorse teams om bij de fabriek te komen ademen een lekker jaren zestig- en zeventig-sfeertje, toen er nog WOII-avonturenfilms als The Guns of Navarone en Where Eagles Dare werden gemaakt.

Vermakelijk is ook het Noorse nationalistische sausje dat over de serie is gegoten. De Duitse elite-eenheden schieten nooit raak, behalve dan bij hele gemene executies. De Amerikanen zijn domme botteriken. Wanneer er een Noor het loodje legt, zijn de Britse officieren meteen in diepe rouw. Terwijl een actie waarbij tientallen Engelse soldaten om het leven komen wordt afgedaan als een bedrijfsongevalletje (‘Ach, ze wisten dat ze toch nooit meer terug zouden komen daarom gaven we ze ook een cyaankalipil mee.‘) Uiteraard skiën de Scandinaviërs de Duitsers op grote achterstand. Als we de Noren toch niet hadden gehad, dan hadden de Duitsers ons nu terug gebombardeerd naar de steentijd. Tusen takk Norge!

Reageer op dit artikel

Over het IJ Festival
Theater / Reportage
special:
Over het IJ Festival

Over het IJ Festival in een nieuw jasje

Het is voor de trouwe bezoeker een vreemde gewaarwording: wanneer je met het pontje de NDSM-werf bereikt, loop je niet direct tegen de bekende blauwe zeecontainers aan. Het festival heeft zich dit jaar veel meer verspreid over het hele terrein. Een ware ontdekkingstocht begint.

Het idee dat achter deze gewijzigde plattegrond schuilt, is dat van de ‘Festivalstad’. Zoals in een stad zijn er verschillende hoeken waar van alles te beleven valt en bezoekers worden op deze manier gedwongen om zich door de verrassende omgeving van de werf te begeven. Dit levert prachtige wandelingetjes op, maar het zou wellicht interessanter zijn wanneer er onderweg iets meer te beleven viel. Ikzelf kwam speciaal voor het zeecontainerprogramma. Ieder jaar krijgen vijftien pas afgestudeerde theatermakers en kunstenaars de mogelijkheid om een korte voorstelling te maken, waarbij ze gebruik maken van de zeecontainers. Het thema dat dit jaar voor hen het uitgangspunt vormde was ‘De Stad van Morgen’. In deze nieuwe setting zijn de containervoorstellingen verspreid over het festivalterrein te bewonderen.

Geforceerde gesprekken

Allereerst waagde ik mij aan de voorstelling Luisterend oor van Suzie Roijmans. Dit beloofde een warme ervaring te worden als ik de dame die mij ontving moest geloven. De zeecontainer functioneerde als een behandelkamer waarin ik, nadat ik een contract over geheimhouding had ondertekend, mocht plaatsnemen om mijn hart te luchten bij een luisterend oor. Deze rolverdeling klopt toch niet? Ik kom toch om te zitten en te luisteren? Het gesprek werd geforceerd persoonlijk en werd ruw afgekapt toen mijn tijd voorbij was. Zo warm als ik werd ontvangen, zo koud en zakelijk was het afscheid. Hoewel alles in een kunstmatige ruimte had plaatsgevonden, voelde de afwijzing echt. Ik voelde me gebruikt en met een vies gevoel droop ik af.

Ook de container van Merel Smitt is voor haar voorstelling Solitude omgetoverd tot een behandelruimte. Het blad met instructies dat je meekrijgt bij het betreden van de ruimte is je enige houvast. De voorstelling is komisch, maar wrang. Binnen ontmoet je een personage dat gedwongen mensen ontmoet om zo weer te kunnen gaan participeren in onze samenleving. Want, zoals het introductiefilmpje zegt: ‘De maatschappij, je hoort erbij.’ Bij binnenkomst kreeg ik een plak cake van de cliënt, maar het was duidelijk dat hij eigenlijk niet op me zat te wachten. Toch was het niet gewenst om te vertrekken, want het bezoek is onderdeel van zijn behandeling en draagt bij aan zijn genezingsproces. Wederom werd ik als bezoeker gedwongen om in mijn eentje een gesprek op gang te houden met een acteur. Het zijn beide theatrale ervaringen waarbij realiteit en fictie door elkaar dreigen te gaan lopen, omdat de gevoelens die jou als bezoeker bekruipen zo reëel zijn.

Eenzaamheid en maakbaarheid

De sfeer in zowel Luisterend oor als Solitude maakt een eenzame en kunstmatige indruk en roept vragen op over (al dan niet) verkozen eenzaamheid en maakbaarheid in een samenleving. In hoeverre moet een overheid zich bemoeien met mensen die gewoon alleen willen zijn? Hoe maakbaar is een luisterend oor en luistert dat wel echt? In de voorstelling Stay (Up)Date van Jamie de Groot komt eenzaamheid opnieuw aan de orde, maar dan in de zoektocht naar de perfecte partner. Hoe maakbaar is een relatie en hoe echt is je partner eigenlijk in de wereld van online dating? De Groot danst zelf samen met Mayke van Veldhuizen een schrijnend duet waarin aantrekken en afstoten een constant proces vormen. De twee dansen in een slimme choreografie voortdurend langs elkaar heen zonder elkaar ook maar een moment aan te kijken. Tot aan het einde blijft de afstand bestaan en deze wordt benadrukt wanneer talloze keren ‘Do you love me?’ over de speakers klinkt, maar het antwoord uitblijft.

Vormen van verbinding

Dat de stad van morgen eenzaam kan zijn, is dus wel duidelijk. De makers van TG Siblings (Freek Duinhof en Petra Eikelenboom) brengen hier op kleine schaal in hun container verandering in. In hun voorstelling Hoe heet je doen ze een onderzoek naar hun publiek. Duinhof en Eikelenboom doen zichtbaar hun best om zonder gêne en zo objectief mogelijk het publiek in zich op te nemen en stellen in alle rust hun vragen. Alle antwoorden, variërend van iemands naam tot zijn of haar lievelingswoord, worden op de muren van de container geschreven tussen de antwoorden uit eerdere voorstellingen. Op deze manier wordt iedereen vereeuwigd in iets wat uiteindelijk als een beeldend kunstwerk te bewonderen zal zijn. Plezierige vondsten waren de groepsfoto op het eind en de limonade die al voor iedereen buiten klaarstond. Op deze manier ontstond er een pril groepsgevoel dat direct in de buitenwereld op de proef gesteld kon worden.

Het zeecontainerprogramma bestaat uit nog elf andere voorstellingen. Het is zeker de moeite waard om te ontdekken hoe de andere makers vorm hebben gegeven aan hun containers en het thema van dit jaar. Zo kun je een storm meemaken in Hounddog van Freek Nieuwdorp, naar het hilarische en absurdistische Wurm van Eva en Laurien en nog veel meer!

Reageer op dit artikel

Jungle By Night
Muziek / Muziek / Muziek / Reportage
recensie: Verslag: Festival
Jungle By Night

Down The Rabbit Hole: de zondag

De laatste dag van het festival is alweer aangebroken. Het is niet zomaar een dag: vandaag staan er ook weer prima namen op de flyer. We zagen Jungle By Night, Børns, Birth of Joy en meer.

Ook het begin van deze dag is weer snikheet. Het meertje bij de camping is ideaal: luchtbedden komen tevoorschijn, mensen rennen het water in en de eerste biertjes worden alweer opengemaakt: het is tijd voor de laatste festivaldag. We beginnen de dag met opkomend bandje Børns om twaalf uur. Hoewel het nog vroeg is, staan er toch al aardig wat mensen in de Fuzzy Lop. Waar we bij andere optredens veel rockers van veertig plus zagen, is deze band toch echt voor een ander publiek weggelegd: 18-jarige meisjes met hippiejurken en gekleurde haren staan te wachten op deze bijzondere act.

Speciaal is het zeker, de stem van singer-songwriter Garrett Borns is erg hoog voor een man en doet hier en daar zelfs denken, inclusief de elektrodeuntjes van de band, aan de muziek van Marina and the Diamonds. Hitje ‘Electric Love’ is het hoogtepunt van de show, het publiek deinst lekker mee. De band is nog jong en dat is goed te horen en te zien. Toch zit er zeker wel potentie in Børns: meer optredens en meer ervaring op doen zal de band alleen maar goed doen.

Hoofdpodium Hotot wordt vandaag geopend door Jungle By Night. De verwachtingen zijn hooggespannen, want de jonge honden uit Nederland gaan de laatste tijd lekker in de muziekbusiness. De energieke jongens maken deze verwachtingen meer dan waar: het maakt niet uit hoe vroeg het is, binnen de kortste keren staat de Hotot stampvol met dansende mensen. Dit komt niet alleen door de opzwepende muziek, maar ook zeker door de overenthousiaste muzikanten. Heerlijke muziek en fantastische gasten, Junlge By Night is een hele goede festivalact.

Even uitrusten
Down The Rabbit HoleDe moeheid begint er op de laatste dag toch aardig in te slaan. Dat geeft niks, want Down The Rabbit Hole is er zo op ingericht dat je op veel plekken even kunt relaxen zonder dat je last hebt van de drukte of de muziek. Niet alleen op de camping, maar ook op het festivalterrein zijn er genoeg lekkere plekken in het gras, of op een terrasje op bijvoorbeeld het Idyllische Veld. Dit is zeker een van de pluspunten van het festival: Wil je je even afzonderen? Dan kan dat zonder problemen. Vanaf de kant bij het water heb je een fantastisch uitzicht over de feestende mensen op de boot van Desperados en Wilde Gasten. Hoe moe je ook bent, het blijft aantrekkelijk om even een danspasje te wagen op de partyboot.

Éen van de hoogtepunten van de zondag is het rockende trio Birth of Joy uit ons eigen kikkerlandje. De heren hebben het afgelopen jaar zowel de Nederlandse festivals als buitenlandse festivals kennis laten maken met hun fenomenale rockshow. De set is strak, waarbij de ogen en oren vooral gericht zijn op de sublieme solo’s van iedereen. Stunnenbergs stem is een bijzondere, je zou kunnen zeggen dat hij hier en daar wat weg heeft van de vocals van Jim Morrison. ‘The Sound’ blijft waarschijnlijk echt het vetste nummer live, alles komt zo goed tot zijn recht in deze track. Birth of Joy bewijst op DTRH maar weer eens dat ze zeker een van de beste rockbands van Nederland op dit moment zijn.

Afsluiters van het festival
We zagen hem zaterdag al even achter de hekken bij Iggy Pop, vandaag staat hij zelf op de bühne van de Hotot: icoon Seasick Steve. Gewapend met lange baard en gitaar is de oude rocker inmiddels een fenomeen. Zijn relaxede uitstraling en dito muziek zorgen voor een hele fijne avond in de hoofdtent. Met opener ‘Thunderbirg’ krijgt hij direct een paar rijen publiek met zich mee. Gelukkig is het publiek met hun geklets vandaag en gisteren iets beschaafder tegenover de artiesten. Hoewel Seasick Steve geen afsluiter van het hele festival is, had het hem zeker niet misstaan. Natuurlijk is de zeventiger niet meer zo jong als zijn bijna-leeftijdsgenoot Iggy Pop, maar rocken kan hij absoluut nog net zo goed. Het concert is volledig terug te bekijken op 3VOOR12 voor de mensen die er niet bij waren en voor zij die nog een keer willen nagenieten.

Met The War On Drugs heeft het festival de ideale afsluiter van het evenement gevonden. De lome rock van de Amerikaanse indieband van Kurt Vile en Adam Granduciel is niet onbekend in ons land. Vorig jaar zagen we ze al op Best Kept Secret en gaven ze een show in Paradiso. Vandaag zijn ze beter dan ooit: waar eerdere shows nogal ‘saai’ aan konden doen, nemen de heren het publiek nu helemaal mee in hun eigen rockextase. We krijgen voornamelijk tracks te horen van hun meest bekende plaat Lost in A Dream. Niet zo gek natuurlijk, hoewel meer ouder werk ook absoluut de moeite waard was geweest.

De prachtige zonsondergang boven het water en de poort bij de ingang die vanuit de tent te zien is maakt de sfeer compleet: het is magisch, dromerig en mysterieus tegelijk. Down The Rabbit Hole is met de show van The War on Drugs afgelopen, ook al is er in de nacht nog genoeg te dansen. Het is goed zo, het weekend is compleet.

Reageer op dit artikel

Wij Zijn 1
Muziek / Reportage
special: "Wij Zijn 1" Festival in Tivoli Vredenburg, Utrecht
Wij Zijn 1

Dwars door alle genres heen

13 juni vierde Tivoli Vredenburg feest met het “Wij Zijn 1” Festival ter gelegenheid van het eenjarig bestaan van de vernieuwde ‘muzikale stad-in-een-stad’. 8WEEKLY was hierbij aanwezig en deed een beeldreportage van de verschillende acts die op de acht ingerichte podia te bewonderen waren.

Reageer op dit artikel

Róisin Murphy
Muziek / Muziek / Muziek / Reportage
recensie: Verslag: Festival
Róisin Murphy

Down The Rabbit Hole: de zaterdag

De zaterdag van Down The Rabbit Hole is veelbelovend: namen als Glass Animals, FKA twigs, Róisin Murphy en Iggy Pop prijken op het festivalprogramma. Daarnaast is er qua randprogramma ook weer genoeg te doen. Op naar de tweede dag DTRH!

Een verfrissende duik in het meertje bij de camping doet veel bezoekers goed: even goed wakker worden en de kater wegzwemmen. Het waterige zonnetje helpt nog niet echt mee in de ochtend, maar wakker zijn we wel. Een kopje koffie en een heerlijke tosti van een topkraam naast de Teddy Widder en de dag kan beginnen. De opener van de Hotot vandaag is Rhye: het Deens/Canadese duo begint met een rustige set waarbij veel instrumentale jams de revue passeren. De vocals van Milosh zijn zeker een toevoeging aan de muziek, hoewel ze instrumentaal ook prima uit de voeten komen.

 RhyeMet nummers als ‘Open’ en ‘The Fall’ weten ze het aanwezige publiek voor nu goed te boeien en blijkt Rhye de perfecte festivalopener te zijn. Dit in tegenstelling tot Happyness, drie jonge gasten die in de beginmiddag in de Fuzzy Lop staan. Qua naam verwacht je wellicht een groepje meiden met blije muziek, het tegendeel blijkt waar te zijn: vuige puberrock met raggende gitaren, maar zonder een echte stageact of heel vernieuwend te zijn. De jongens uit Londen hebben wel zichtbaar plezier in wat ze doen, waardoor het prettig is om naar te kijken.

Toch kan het geen kwaad om nog iets meer energie te krijgen. Dit hopen we op te doen bij indietriphop-band Glass Animals. Debuutplaat ZABA doet het prima in ons land en dat is te zien aan de opkomst: De Teddy Widder is goed gevuld voor de populaire band uit Oxford. Toch is de live-show, in vergelijking met het album, ietwat saai. De mannen zijn energiek en spelen redelijk zelfverzekerd, maar het lijkt alsof ze nog meer zouden kunnen geven. In het midden van de set, na een succesvolle versie van hitje ‘Gooey’, kakt de set dan ook een beetje in, tot aan afsluiter ‘Pools’. Glass Animals is een goede band, maar heeft nog wel even nodig om live echt te kunnen overtuigen.

Psychedelische sound
The Gaslamp Killer ExperienceVoordat we vannacht losgaan op de exotische beats van producer William Benjamin Bensussen, oftewel The Gaslamp Killer, is het eerst nog tijd voor een optreden met een compleet ensemble muzikanten: The Gaslamp Killer Experience. De hoofdpersoon van de act is uiteraard Bensussen zelf: hij waant zich als een soort dirigent op het podium die de groep bij elkaar weet te houden. Het resultaat is verbluffend muzikaal: hoe ontzettend tof is het om een dj/producer ook eens van een andere kant te zien? De samenwerking met muzikanten als Amir Yaghmai en mensen van The Heliocentrics is subliem en het publiek gaat langzaamaan op in deze te gekke collaboratie. Heel benieuwd naar wat Bensussen ons vannacht gaat brengen tijdens zijn set met Jameszoo in de Fuzzy Lop.

Róisin MurphyVoor de volgende verrassing gaan we richting de Hotot, waar de excentrieke Róisin Murphy haar opwachting maakt. Wanneer ze in een oma-outfit het podium op komt, is de toon meteen gezet: dit gaat een bijzondere show worden. Opener ‘Golden Era’ is slechts het rustige begin van een knallende set. Met een aantal verschillende outfits, zonder zich daadwerkelijk achter de coulissen om te kleden, weet ze vrijwel direct het publiek in te pakken. We krijgen een mix van dansbare electropop te horen, maar de zangeres blijkt ook niet vies van een beetje disco, zoals in het nummer ‘Jealousy’. Voor de mensen die het gemist hebben of voor wie haar nog eens willen zien: vlak na het optreden wordt bekend gemaakt dat de zangeres op 20 november in het Klokgebouw in Eindhoven staat.

Onverwachts hoogtepunt
Na de ene powervrouw is het tijd voor de volgende jongere stoere chick: FKA twigs in de Teddy Widder. Deze zwoele zangeres is een behoorlijke popsensatie aan het worden. Dat is niet zo heel gek, zo blijkt uit de set die ze vanavond speelt op Down The Rabbit Hole. Of het nu de steengoede en koele tracks zijn die ze speelt, of dat het haar hele sexy imago is, of dat het haar bijzonder sensuele dansmoves zijn: de show klopt. De combinatie van bovenstaande drie elementen is uitgewerkt in een strakke set waarbij ze de volledige aandacht trekt van de aanwezigen. ‘Numbers’ is live nog experimenteler dan op de plaat en bij ‘Pendulum’ gaat het overgrote deel van het publiek op in de zwoele stem van de Britse zangeres. Toch wel onverwachts, en misschien ook weer niet helemaal, een hoogtepunt van deze zaterdag.

Na de spectaculaire show van FKA twigs is het tijd voor een swingende rockshow van niemand minder dan zestiger Iggy Pop. Zoals altijd staat hij in ontbloot bovenlichaam (wat er overigens nog prima uitziet voor zijn leeftijd) flink te rocken op het podium. Wat een energie heeft deze man nog! De set begint met een lekker tempo en na een paar kwalitatief goede tracks als ‘No Fun’ en ‘I Wanna Be Your Dog’ is het bij het derde nummer blijkbaar al tijd voor hitje ‘The Passenger’. Iggy Pop voelt dit prima aan: de aanwezigen in de Hotot beginnen allemaal vrolijk mee te hossen en te zingen. Na de show zit “lalalalaalaaa” nog steeds in je hoofd, iets waar niet iedereen blij mee lijkt te zijn.

Het toffe aan de show is dat het niet zo heel veel uitmaakt wat en hoeveel je precies van hem kent: de sfeer zit er ontzettend goed in en de tent is tot de nok toe gevuld. Bizar hoe Iggy Pop van de ene kant naar de andere kant van het podium blijft rennen, zelfs nog in de toegift na een stuk of dertien nummers. Extra leuk detail: de fantastische Seasick Steve, die we pas op de zondag kunnen aanschouwen op het festival, staat voor de hekken vlak naast het publiek ontzettend hard mee te genieten van zijn collega, zoals hij dat wel vaker doet bij festivals. Eerder bleek de bebaarde zanger ook al op het festival te chillen met random bezoekers, hoe goed is dat? Dat oude mannen nog hartstikke goed kunnen rocken en succesvol een festivaldag af kunnen sluiten, bewijst Iggy Pop met zijn topshow op de festivalzaterdag van Down The Rabbit Hole.

Gevarieerd nachtprogramma
In de nacht is er van alles te doen op het festival: iedereen kan aan zijn trekken komen. Neem bijvoorbeeld de Vuurplaats, een hele gezellige plek aan het water met uiteraard allemaal banken, een kampvuur en diverse acts. Op zaterdagnacht staat er Club Gewalt, een muzikaal theater waar niemand stil bij kan zitten. Om echt met de voetjes van de vloer te gaan moet je vanavond of op het Vuige Veld zijn bij onder andere Juxtapose of in de Fuzzy Lop waar The Gaslamp Killer een onvergetelijke set draait met Jameszoo en waar Ganz af mag sluiten.

Tegen 03.00 uur is het op het festivalterrein toch echt afgelopen, tot teleurstelling van velen. Vooral de mensen die zojuist helemaal los gingen in de Fuzzy Lop zoeken nog enig vertier om de nacht door te komen. Op het strand van de camping wordt een klein strandfeestje gehouden en hier en daar ontstaan kampvuren. Dit alles onder een hele gemoedelijke sfeer. Dat is na twee dagen wel duidelijk op dit festival: iedereen gaat goed met elkaar om, de ambiance op zowel het terrein als op de camping is rustig en gezellig. Op naar de laatste dag van het festival.

Reageer op dit artikel

Symphonic Junction #11: Torre Florim (De Staat) & het Residentie Orkest
Muziek / Concert

Een gedeelde liefde voor ruigheid

recensie: Torre Florim (De Staat) & het Residentie Orkest
Symphonic Junction #11: Torre Florim (De Staat) & het Residentie Orkest

Minimalistische, machinale en industriële klanken galmden rond in de zaal van het Paard van Troje, maar dan wel in een symfonisch jasje. De twee werelden van het Residentie Orkest en (Nederlandse) rockband De Staat, die haar naam ontleend aan een van de bekendste werken van Louis Andriessen, kwamen samen. Iets anders dan een unieke versmelting was er dan ook niet te verwachten.

Op 17 november 1969 werd een optreden in Het Concertgebouw op ruwe wijze verstoord door gejoel, ratels en een toeter. Actiegroep ‘De Notenkraker’ ervaarde het orkestleven als ondemocratisch en kwam op voor een open programmabeleid. Componist Louis Andriessen behoorde tot deze groep en probeerde daarom met zijn werken, onder andere De Staat (1976), een bijdrage te leveren in het debat over de verhouding tussen muziek en politiek. De wat minder gepolijste en minimalistische muziek die hierbij ontstond, werd gecomponeerd, met als inspiratie stukjes dialoog over politieke handelingen van Plato. De invloed van deze muziek, evenals van andere componisten die waren aangesloten bij De Notenkraker, was revolutionair en is zelfs tot op de dag vandaag merkbaar.

Symfonische muziek heeft heel wat ruige melodieën voortgebracht, zo bewijst Floris Kortie die de symfonische beleving van vanavond opent met overeenkomsten tussen klassieke muziek en het werk van De Staat. Popmuzikanten vallen vaak terug op ‘klassieke’ muziek als ze iets ruigs willen doen. Maar dit kan ook andersom, moet het Residentie Orkest gedacht hebben. Wat zoekt dit orkest precies bij De Staat vanavond?

Louis Andriessen zou in een gesprek tegen frontman Torre Florim zijn waardering hebben uitgesproken voor de muziek van De Staat, vanwege het rauwe geluid, de harde vocals met een kritische (en politieke) mening en de ruige uitstraling. Door de nieuwsgierigheid van het Residentie Orkest naar het werk van De Staat ontstond zodoende een samenwerking tussen disciplines van de twee partijen, die vanavond gerealiseerd wordt.

Geen zondagochtendmuziek

Wekenlang leefde frontzanger Torre Florim toe naar de uitvoering van dit concert, wat vooral te merken was aan de zeer regelmatig geplaatste berichten op de Facebookpagina van de band. Kleine stukjes bladmuziek of muziekvoorbeelden hielden fans in verwachting van de gearrangeerde versies. Het is daarom ook niet opmerkelijk dat het publiek zeer divers is: niet alleen liefhebbers van klassieke muziek en aanhangers van het Residentie Orkest, maar ook fans van De Staat zijn aanwezig. Onder leiding van dirigent Ernst van Tiel worden twaalf nieuwe edities van De Staat-liedjes gespeeld, die gearrangeerd zijn door Reyn Ouwehand, vanavond aanwezig achter de piano. Hij schrijf al eerder partijen voor liedjes van de band, bijvoorbeeld de strijkers op het album Machinery (2011). Ook de veelzijdige componist Martin Fondse is voor deze avond uitgenodigd; twee jazzy instrumentale stukken dezer avond komen van zijn hand voor de afwisseling van het geheel.

Torre Florim vertegenwoordigt niet als enige De Staat, ook drummer Tim van Delft heeft zijn uitgebreide drumkit meegenomen en zit voor op het podium. Achter hem staan nog eens drie persussionisten die er op uit lijken te zijn de oren van de luisteraars te laten bloeden. Wanneer de frontzanger het podium betreedt en met luid gejuich ontvangen wordt, spreekt zijn gezichtsuitdrukking boekdelen. Het haar met veel gel superstrak naar achteren gekamd, blik op oneindig. Nette pantalon, gestreken overhemd en een smal gilet… hij heeft er zin in, ook al oogt hij ietwat onrustig en heeft hij tijd nodig om op te warmen voor hij de industriële muzikale productie van de avond goed kan leiden.

Combinatie van het populaire met avant-garde

Wie gedacht had een standaard concert te bezoeken komt bedrogen uit. De elektronische synthesizer en gitaargeluiden van het origineel zijn compleet vervangen door de veelzijdige timbres die het orkest kan maken. De meeste nummers zijn vanavond afkomstig van het album I_Con (2013) en het openingsnummer is niets minder dan een bombastische versie van ‘Devil’s Blood’. De strijkers zijn vanavond het hart van het productieproces en spelen de dreigende klanken van kwinten en kwarten. Rauwe gitaarlijnen vertalen zich naar de koperblazers, snerpende riffjes worden gespeeld door fluiten en de xylofoon. Het gaat er heftig aan toe, maar zelfs een paar gebroken paardenharen houden de eerste violist niet tegen om voluit verder te spelen na ze er chagarijnig af gerukt te hebben. Er is geen medelijden nodig voor de trombonist en tuba in ‘Rooster-Man’. Het ostinatische figuurtje (steeds dezelfde toon op hetzelfde ritme) komt helemaal tot zijn recht in combinatie met de monotone zang en de minimalistische instrumentale begeleiding.

Het publiek ziet er wat stug uit en zelfs bij het dansbare ‘Get It Together’ probeert het maar matig om in beweging te komen. Torre Florim heeft er voor dit concert speciaal voor gekozen om voornamelijk liedjes te spelen die nauwelijks live worden uitgevoerd en niet de gebruikelijke hits die De Staat-fans wellicht verwacht hadden. Daar komt nog eens bij dat hij de setlist voor vanavond heeft samengesteld met als achterliggende gedachte welke nummers hij het meest geschikt voor orkestrale uitvoering vond. Hij zegt tijdens het concert ook dat sommige liedjes niet thuis horen op de plaat van De Staat, maar juist bedoeld hadden moeten zijn voor het orkest, zoals ‘The Inevitable End’.

Ongepolijste muziek, ongepolijste uitvoering

Toch zijn er nog aardig wat opmerkingen te plaatsen bij het concert. Vooral bij ‘I’ll Never Marry You’ gaat het even helemaal mis: Florim zet op de verkeerde toonsoort in. Hij laat het orkest stoppen om opnieuw te beginnen. Ook de tweede uitvoering verloopt niet helemaal soepel, waaruit zijn onervarenheid met orkest blijkt. Gelukkig merkt hij dit zelf ook en wordt het nummer als encore nogmaals gedaan om het goed op de opnames te krijgen, zodat hij zonder gefrusteerd gevoel het podium kan verlaten. Tim van Delft mist tussendoor nog wat slagen nadat hij er achter komt dat hij met verkeerde stokken speelt. De manier waarop hij zich van zijn stokken ontdoet, is niet bepaald onopvallend te noemen. Ook een klein beetje arrogantie mag niet ontbreken. In zekere zin plaatst Torre Florim zichzelf (of zijn muziek althans) boven de Foo Fighters door even te melden dat “De Foo Fighters zijn afgelast op PinkPop, dus beter ben je hier toch?”

Het Residentie Orkest heeft weer eens duidelijk laten zien dat het haar oren open houdt voor ontwikkelingen in muziek. Een geslaagde avond met een mooie uitvoering van muziek afkomstig van De Staat, die zich uitstekend leent voor een klassiek orkest. Ondanks de fouten was dit wel weer een crossover die de moeite waard was om erbij aanwezig te zijn. Eigenlijk had zelfs Louis Andriessen dit concert niet mogen missen.

Symphonic Junction is een concertenserie van het Residentie Orkest in het Paard van Troje, Den Haag, waarin zij zoveel mogelijk mensen in contact wil laten brengen met bijzondere muziek om te laten zien dat ook symfonische muziek in de 21e eeuw voor een groot en breed publiek van betekenis kan zijn. Het nieuwe seizoen van Symphonic Junction gaat van start op 31 oktober met een concert in ‘3D’ en op 27 november volgt een concert in het thema ‘Arabian Night’.

Reageer op dit artikel

Wilde Haren ft. Desperados Stage
Muziek / Reportage
special: Verslag: Festival
Wilde Haren ft. Desperados Stage

Down The Rabbit Hole: de vrijdag

De Groene Heuvels in Beuningen stonden afgelopen weekend in het teken van de tweede editie van het zusje van Lowlands: het kleinere Down The Rabbit Hole festival. Met een prima line-up, een in eerste instantie minder goede weersvoorspelling en een spannend randprogramma trekken we er vrijdag op uit.

De welbekende groene poort lonkt vanaf de camping. Recreatiepark De Groene Heuvels is een fantastische locatie voor een festival. Met een beetje geluk zit je met je tent vlakbij het meer, waar je in de ochtend een frisse duik kunt nemen. Bijna overal op de camping heb je uitzicht op de imposante ingang. Bij aankomst schijnt de zon en is het bloedheet, wat een verrassing is aangezien de weersvoorspelling voor dit weekend nogal slecht was. Eerst een duik in het water dan maar.

In een kooi

Singer-songwriter Blaudzun opent vandaag het hoofdpodium van het festival, de Hotot, maar niet voordat de band gevangen in een kooi achter een tractor over de camping rijdt om de bezoekers te trakteren op een exclusieve show. De colonne achter de tractor loopt langzaam mee richting de ingang, om gezamenlijk het festival in te wijden. Een erg leuke manier om een evenement mee te beginnen; bij de eerste editie werd dit gedaan met een fanfare waarbij Torre Florim van De Staat de muzikale groep leidde.

Om de dag meteen goed te starten, gaan we met de voetjes van de vloer op de partyboot, een samenwerking van Wilde Haren en Desperados. Er hangen lampionnen en gekleurde lampjes, de flesjes Desperados vloeien en de beats worden steeds beter. Vrijwel direct in de middag staat de boot stampvol met dansende mensen en tegen de avond staat er zelfs een rij voor deze heerlijke stage. Een goede toevoeging aan het festival dus!

Hierna is het tijd voor raggende gitaren en snoeiharde drums: Death From Above 1979 staat in een nog geen half gevulde Hotot, die bloedheet is op dit tijdstip. De twee Canadezen lijkt dit niets uit te maken en knallen er op los tijdens tracks als ‘Trainwreck 1979′, ‘Cheap Talk’ en ‘Go Home, Get Down’. Het publiek is echter nog aardig tam, wellicht door de hitte of door de bak herrie die uit de tent schalt. Je kunt zeggen wat je wilt: het is inderdaad hard, maar rocken doen ze zeker.

Voorzichtig dansen

Hoewel het echt heel heet is vandaag, staan er toch aardig wat mensen te dansen tijdens de fabuleuze show van Oscar and the Wolf, dé Belgische (festival)band van dit moment. Wat een transformatie hebben deze mannen doorgemaakt: van een ietwat ongemakkelijk indiebandje een paar jaar terug tot een kwalitatieve, en vooral zelfverzekerde festivalact vandaag de dag, inclusief glitters en psychedelische dansbewegingen. Frontman Max Colombie is een legende op zich.

Ook al heeft hij zijn glitterjasje vandaag thuis gelaten, met zijn bijzondere vocals en aanstekelijke dansmoves weet hij ook de Hotot te veroveren. Het hoogtepunt is het magische ‘Princes’, dat live veel harder is dan op de plaat. Dit geldt sowieso voor de rest van de set: bombastische beats waarbij je zelfs in deze hitte niet stil kan blijven staan. De Belgen zijn met deze succesformule op hun hoogtepunt deze zomer, we zijn heel benieuwd wat ze in de toekomst voor ons in petto hebben.

Mannen met gitaren

In de Teddy Widder staat Flying Lotus om 19:30 uur. An sich lijkt dit een prima tijd, als de producer niet tussen een redelijk rustig programma had gestaan zoals Oscar and the Wolf, Ryan Adams en Damien Rice. De visuals zijn vet en de bass is hard, Flying Lotus weet echter maar een klein deel van de tent mee te krijgen. Blame it on het tijdstip vooral, want eerdere shows van hem laat op de avond of midden in de nacht zijn altijd heel goed.

Dan maar verder genieten bij Ryan Adams in de Hotot, een bijzondere toevoeging aan de line-up van DTRH. Adams is niet zo veel in Nederland te zien en daarom is het extra speciaal om hem vanavond te mogen aanschouwen in Beuningen. Gewapend met een gitaar en een jaren 90 emolok speelt Adams zijn countryrock op zijn best. Hoewel de tent helaas niet vol is en het publiek aardig aan het kletsen is, zijn de liefhebbers vooraan in extase. ‘When The Stars Go Blue’ is een hoogtepunt: de prachtige vocalen en de dromerige sound brengen kippenvel. Pluspunt voor de toffe aankleding van het podium: twee grote geluidsboxen, een typische Amerikaanse frisdrankautomaat, een neppe tijger en glitters overal.

Damien RiceVeel liefhebbers van Ryan Adams blijven na de show in afwachting op Damien Rice staan in de Hotot. Ook al is de Ierse singer-songwriter even van de radar af geweest, met zijn laatste release (2014) is hij weer helemaal terug. In wat voor gedaante is altijd even gissen bij de zanger: zijn emoties en gevoel schommelen nogal. Dit bleek bij de show in oktober in Carré, Amsterdam toen hij slechts een woord of vijf heeft gezegd. Hij had een ‘vis/haai’ in zijn hoofd, verklaarde hij later in een interview, waardoor hij zich niet goed voelde. Vanavond heeft de Ier ook niet veel te vertellen, iets meer dan in Carré, maar hij blijft vooral nummer na nummer inzetten. Geen probleem, want dat is ook het liefst wat we horen.

Openingstrack ‘Cannonball’ is adembenemend, hoewel dit niet voor iedereen lijkt te gelden. Het overgrote deel van de tent blijft schaamteloos doorpraten, wat vooraan bij het podium heel goed te horen is. Dit kan Rice niet ontgaan zijn, maar het is sterk dat hij de mensen negeert en gewoon blijft doorspelen. ‘Delicate’ is nog delicater dan op de plaat en bij ‘9 Crimes’ staat het kippenvel strak op het lijf, hoe hoog de temperatuur in de Hotot ook is. Rice blijkt een koning te zijn met zijn loopstation en weet hiermee een voltallige band na te bootsen, wat resulteert in een bak prachtige herrie. Geschreeuw, gefluister, getokkel, hij doet het allemaal en dan net een tikkeltje intenser dan de meeste singer-songwriters.

Als de mensen die het zo nodig vonden om de dag door te nemen even een stapje buiten de tent waren gaan zetten, dan was het perfect geweest. Laat de man liever spelen voor een kwartvolle tent met aandachtige luisteraars dan voor een bijna volle tent met asociale bezoekers. Dat is niet alleen intiemer voor de show, maar ook nog eens respectvoller toe naar een over het algemeen gewaardeerd artiest.

Donders en bliksems

De eerste nacht in en op de Groene Heuvels heeft veel bijzonders op het programma. Een van de meest spannende dingen is de Bosrave op een ‘onbekende plek’ in het bos. Dit blijkt een prachtige locatie te zijn waar diverse lichtinstallaties je al tegemoetkomen vanaf het bospad en waar de mannen van De Staat je meenemen in een sprookjesachtige nacht met heerlijke muziek. Ook is er nog genoeg ander nachtprogramma: het Vuige Veld is een van de tofste plekken om door te brengen, puur door de vuige deuntjes en lekkere tracks. Toch gaan veel mensen terug richting de camping, aangezien het flink dondert boven het terrein van Down The Rabbit Hole. Tijd om, met de regen tikkend op de tent, energie op te doen voor de zaterdag van het festival.

Reageer op dit artikel

Ik huilde al in jouw buik
Boeken / Non-fictie

Overleven van een doodswens

recensie: Heidy Vernee - Ik huilde al in jouw buik
Ik huilde al in jouw buik

In 2013 pleegden 1854 mensen suïcide in Nederland. Gemiddeld iets meer dan 5 per dag. Tot op de dag van vandaag blijft suïcide een beladen en soms zelfs onbespreekbaar thema in de hulpverlening.

Ondanks opgestelde protocollen hoe te handelen en de beschikbaarheid van projecten die suïcide in de gezondheidszorg bespreekbaar moeten maken, blijft er werk aan de winkel. Auteur Heidy Vernee schrijft met Ik huilde al in jouw buik een aangrijpend document over haar  dochter Vlinder, die reeds op jonge leeftijd haar suïcidewens uitspreekt: ‘Ik ga voor de vrachtwagen oversteken, dan ben ik nooit meer bang’, zegt Vlinder op achtjarige leeftijd. Een lange zoektocht naar passende hulp volgt.

Wanhopige zoektocht

Een zoektocht vol vallen en opstaan, wantrouwen en het ontbreken van een therapeutische relatie. De terugkerende angsten van Vlinder en het alsmaar opnieuw vertellen van haar verhaal. Soms tegen hulpverleners met wie ze een klik heeft, vaker met hulpverleners met wie ze geen klik heeft. De klik lijkt afhankelijk te zijn in de mate van menselijkheid in het contact. De momenten waarop Vlinder als mens, en niet als patiënt wordt aangehoord, beschrijft ze een klik te ervaren.

Enkele keren wordt ze opgegeven door de hulpverlener en krijgt moeder te horen haar dochter los te laten, iets waar ze nauwelijks toe in staat is. De vraag dient zich op: ‘wat zou ik in deze situatie doen?’ Hierin toont de moeder een ongekende veerkracht en moed om door te blijven vechten voor haar dochter. Daarmee is ze een stabiele factor in Vlinders leven, evenals Vlinders lievelingsmuziek, Céline Dion. Juist deze bakens lijken de doorslag te geven dat Vlinder niet opgeeft en de enorme lijdensweg tussen leven en dood heeft overleefd. Het leven van Vlinder tekent zich door grote angsten, die slechts gedeeltelijk uit de situatie af te leiden zijn. Dit drijft moeder, de andere kinderen en ook Vlinder menigmaal tot wanhoop (de vader is vanwege een scheiding nauwelijks in beeld). De angst is zo groot en alomtegenwoordig dat Vlinder op haar achttiende een mislukte suïcidepoging doet.

Bespreekbaarheid

Je zou verwachten dat er inmiddels voldoende kennis en ervaring is om met de doodswens van mensen om te kunnen gaan. Ook wanneer deze ingebed zijn in wat zwaardere psychiatrische problematiek, waar de persoonlijkheidsstoornissen, psychoses en depressies onder gerekend worden. Blijkbaar heeft Vlinder de pech om ofwel goede therapeuten te treffen die ziek worden of niet voldoende te bieden hebben, ofwel therapeuten te treffen die strak een regime van een instelling of protocol volgen. Deze ervaringen vergroten ten enenmale de wanhoop, hetgeen indringend beschreven wordt.

Dit boek is mede geschreven om de bespreekbaarheid van suïcide te vergroten. Daarin schuwt de auteur de kritiek niet, met name waar het de geïnstitutionaliseerde zorg betreft. Het zijn in deze passages dat ook bij de lezer ongeloof, verbijstering en woede zich meester maken. Wanneer Vlinder niet binnen de protocollen van het behandelcentrum  past en besluit weg te gaan, wordt ze glashard afgestraft door de dienstdoende psychiater. Zo blijkt eens te meer de weerbarstige praktijk versus de mooi op papier opgestelde protocollen.

Als er één les getrokken kan worden uit dit boek is het wel dat iemand serieus nemen, hoe verschrikkelijk diens verhaal of wensen ook zijn, enorm helpend is. Dáár begint de eigenlijke hulpverlening. Dat de hulpverlener angst kent is niet zo vreemd. Het is nogal een verantwoordelijkheid die je op je krijgt en met een geslaagde suïcidepoging, is de inspectie maar wat graag op zoek naar wie er schuldig is aan de suïcide. Dit boek helpt echter de problematiek waarmee mensen met een doodswens rondlopen in een breder, gedragen kader te plaatsen. Een kader dat wanneer er aan de noodbel getrokken wordt wél extra draagkracht vraagt, maar niet de illusie heeft dat het probleem ineens opgelost wordt.

Ik huilde al in jouw buik is een belangrijk boek om het thema suïcide bespreekbaar te maken, zowel in de therapieruimte als daarbuiten.

Reageer op dit artikel